Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet in alle drie gevallen het volgende woord met een k begint, kan het best, dat moeder zich vergist heeft. Want vier maanden later noteerde zij, dat hij zich zelf nog altijd Keesja en ja noemde, en slechts heel zelden, schijnbaar onbewust ik gebruikt. Op twee-en-een-half jarigen leeftijd komen ik en mij naast ja en Keesja van tijd tot tijd voor; zoo: ik cha fada bedja chapa (ik ga in vaders bed(je) slapen). Dat is fan mij, ik kom en vlak daarop weer: Keesja komt. Als hij ziet dat het niet waar is, wat moeder zegt, b.v. dat de trein in de speelgoedkast staat, zegt hij vlot achter elkaar: ik choof a niks fan, ik choof at-nie waar is, ik choofat niet (allemaal uitdrukkingen dikwijls door moeder gebruikt). Aldoor komen nu ik en mij langzamerhand meer in gebruik: ik moet kost (korst) eta; ik moet met da teut (trein) pera (spelen); maar dan weer; Keesja mè vada pats (Keesje wil met vader praten). Keesja is a bafa jongai en zelfs van tijd tot tijd nog: wat moet-ia doen?voor: wat moet ik doen? Dan weer: laat ik at nou maar doen; zar ik at mar doen?, ook dit zegt moeder heel vaak, als hij zanikt om iets te mogen; en kort daarna nog eens ditta voor ik. Dan komt ja weer eens terug in: ben ja zoet, mag ja komma, voor: ik ben zoet en mag ik komen? Toch krijgen tegen het einde van het derde jaar ik en mij voor hem zelf, en je, jij voor vader en moeder eindelijk de -overhand.

n rt ir Maar het mooiste is, dat nu Keesje mij eenmaal voor

.na, *" zich zelf gebruikt, de anderen ook van dien nieuwen

vormen toch weer 7 n 1,. ., . T,

als naam opge- naam moeten afblijven. Moeder zegt tegen Keesje vat. haar ceintuur opeischend: Dit is van mij. Nee, zegt

Keesje lachend, pan moeda. En nu hij eenmaal jij enjou als namen voor zich zelf op gaat geven, corrigeert hij moeder, als ze die toch weer van hem gebruikt. Ditisfa mij, zegt Keesje op z'n trein wijzend. Van jou? vraagt moeder. Nee, zegt hij verontwaardigd, en aan z'n oogen zou je gezegd hebben, dat hij dacht: wat heb ik toch een domme moeder! Deze verwarring komt echter alleen voor bij de nadruks vormen, die bij weer min of meer als eigennaam beschouwt

,„ . Maar, sinds bij maar eenmaal z'n koninklijk isolement U. *je oude en u c . , , , ' " r

nieuwe krinaen hee" opgegeven, en Zich dus innerlijk met vader en van vertrouwelijk- moeder op gelijke lijn is gaan stellen, begint hij ook heid. uiterlijk te merken en te verstaan, dat in het gesprek,

de persoon van den spreker zich zelf ik en mij, en den toegesproken persoon je of jij noemt terwijl alle anderen, die niet aan het gesprek deelnemen, hij of iets anders worden genoemd. En als hij nu eenmaal de drie jaar te boven is, vergist hij zich ten minste niet meer in de gewone gemakkelijke gevallen. Hiermee is dus het vroegere schema (dat biernaast in stippellijnen staat aangegeven) heel wat veranderd, en uitgebreid tot het nieuwe schema (dat er in doorloopende lijnen over heen

147

Sluiten