Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fouten mee te maken. Jij komt pas in de drie laatste maanden van dit jaar in gebruik, als de nadruk op het voornaamwoord valt en dit subject van den zin is. Ga /a met da tem mee, vada? Moeda ga jij ook eta? enz. Spoedig daarop komt ook jou als voorwerp met nadruk op: 'k za jou as komme stiuita (ik zal jouw neus eens komen knijpen, tot z'n moeder gezegd, dreigend met de kacheltang nota bene, uit louter.lievigheid!). 'kZa jou is omdoen (en mee doet hij moeder een lapje om het hoofd). Wel komt een enkelen keer naast: moede ik za ja is meta, ak kom niet jij meta (voor jou) voor, maar die fout merkt bij nu zelf reeds vrij spoedig, en ze wordt dan ook niet meer herhaald. Wij zien hieruit, dat Keesje z'n vader en moeder aan mag spreken met je, jij en jou. Dat mogen de kinderen in vele andere huishoudens niet. Daar komen we later nog op terug in verband met de geschiedenis van onzen tijd.

i o n De derde persoon is uit z'n aard het rijkst aan vormen,

18. JJe vormen van j i_. K . ^ i l.. i • u- u - .

den 3den pers omdat hier met slechts verschil is in subject en object, voor nadruk en toonloosheid, maar ook nog voor het natuurhjk en grammaticaal geslacht. De onderwerpsvorm hij komt bij Keesje nog niet voor. Wel de onbetoonde vorm ie, althans na werkwoorden, maar nog niet na voegwoorden, b.v. nu komt da maan op da worke, nou roopt da maan, nou staat ie stir. Bij 't prentjes kijken wil hij moeder uitleg vragen van een vreemd hoofddeksel ('t was namelijk een groote hooge mand, die een man op z'n rug droeg) met de woorden: wat heeft-ie op ? Ook van den voorwerpsvorm leert Keesje den onbetoonden vorm am vier, vijf maanden eerder, dan den veel minder gebruikelijken nadruksvorm: hem. Reeds vaak toch waren zinnetjes voorgekomen als: die chafam an ftnka kap om 't oor. Oom Piet am meea doma (Oom Piet heeft de fluit mee genomen). Poppe wou a chaan (wou hem slaan), toen op moeders vraag: Geef hem eens hier Keesje, het merkwaardig antwoord kwam: hier is de hem. Hij verstond er dus nog niets van. Kort daarna klinkt het weer: Die andara man houdt am vast enz. ais iets heel gewoons, maar dat hem en am twee vormen van hetzelfde voornaamwoord zouden zijn, komt nog niet in hem op. 19 V eli'k Ook voor het vrouwelijk verschijnen za en dar, veel

' •■ '-5° eerder dan zij en haar. Opmerkelijk is dat za betrek-

onzi dig. Gewone , .... ' j ri t. V j ï

vorm en nadruks- kcu'* vroc9 voor de flesch voorkwam: da val za. vorm. Daarentegen maakt hij, gelijk we zagen, de maan manne¬

lijk: nou staat ie stir; beide natuurhjk, omdat moeder het ook zoo zegt. Het meest en het vroegst gebruikt bij echter het onzijdig vrnmw. zoowel voor subject als object in den onbetoonden vorm: at: 1° soms voor onzijdige substantieven, zoo voor een feschja (heschje) dat hij in een groote enveloppe gestopt had: moeda 'k voer ar (ik voel het) at rot (het rolt); maar 2° meestal voor een samenvatting van een heele

152

Sluiten