Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam! Net een hondennaam! Polycarpe is toch veel mooier! Enfin, als ze dan maar veel kleiner is dan Trott en met van vruchten houdt.... Overigens heeft Trott den laatsten tijd een beetje vergeten, dat zij komen zou. Maar er gebeurde ook zooveel, dat het hem wel te vergeven is. Mama was steeds zoo moe, en zelfs een beetje ongesteld. Toen heeft ze Trott gezegd, dat hij maar met Jane, zijn Engelsche bonne. naar Mevrouw De Tréan moest gaan, de oude blinde dame, die een villaatje bewoont dicht bij de kust Het was erg hef van mevrouw De Tréan, dat ze Trott had uitgenoodigd. Toch was hij liever bij zijn moedertje gebleven, die hij nog nooit verlaten had. En zij ook. zij drukte hem tegen zich aan en omhelsde hem zoo innig, dat men zien kon. hoe moeilijk het haar viel, van hem te scheiden. Maar hij moest weg. Alles moest gereed gemaakt worden om jongejuffrouw Lucette (wat een leelijke naam toch!) te ontvangen, en Trott zou wegblijven tot zij was aangekomen. Het leek wel een prinsesje, dat kleine ding! Haar min was er ook al, zoo'n reusachtige groote vrouw, die haast geen woord Fransen kon spreken en Trott een respect inboezemde, evenredig aan haar omvang. De wieg stond al heelemaal gereed. Zij alleen ontbrak nog. Toch niet beleefd van kleine kinderen, de groote menschen zoolang te laten wachten 1 Alle dagen kwam Trott zijn moeder een bezoek brengen. Haastig gaf hij haar een zoen en ging dan in alle hoekjes van de kamer neuzen, om te zien of zusje zich niet hier of daar verstopt hield. Altijd tevergeefs. Na het bezoek ging Trott naar mevrouw De Tréan terug en dacht aan andere dingen. Mevrouw De Tréan was een heele lieve dame. Trott hield veel van haar, hoewel hij soms een beetje bang voor haar was om haar oogen, die niet konden zien. Alle avonden zat hij naast haar voor het knappende vuur, heel lang. Soms bladerde hij in een prentenboek, terwijl zij zat te breien. Of wel zij vertelde hem vertelseltjes, prachtige verhalen. Niemand kende ze mooier dan zij. Dien morgen was Jane heel vroolijk, terwijl ze Trott aankleedde. Zij was zoo opgewekt dat je haar bijna niet herkende. — Wat zie je er van morgen grappig uit Jane! — Vin-je? — Jane, wat is er? Kom. zeg op... — Je moet raden. — Hebben ze mijn tol teruggevonden. Jane? Of is het zwarte paard weggeloopen? Of heeft het vannacht suiker gesneeuwd als in Luilekkerland? — Wel neen, Trotje; denk toch na, iets waarop je wachtte... Je weet wel... inde wieg... Zusje is gekomen! Zij is er. En als Trott zoet is, mag hij naar vanmiddag gaan zien. Dat nieuws windt Trott heelemaal op. Eindelijk is zij er, die kleine langverwachte zus! Misschien moest hij haar maar wat speelgoed meenemen. Neen. niet het paard met mekaniek, zij zon het maar laten vallen. De rose pop? Die is te leelijk. De groote harlekijn is te zwaar. Maar bij mama thuis is toch ook speelgoed in overvloed! De morgen is langzaam voorbijgegaan. Eindelijk is hij om. Trott heeft ontbeten; hij is gekleed; op weg! Trott huppelt als een geitje den weg langs. Als hij vroolijk is, moet hij wel lachen lachen tot met zijn beenen toe. En vandaag zijn ze dol van het lachen, de beentjes van Trott Ze nemen hem mee naar links en naar rechts, hier over en daar over. Maar wat treuzelt

Dc Roman van een kleuter.

161

Sluiten