Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Jane! Nu roept ze hem en zegt, dat hij kalmer moet loopen. Trott lacht haar uit. Maar dat is dom van hem. Want pardoes, daar valt hij languit op den grond en bezeert leelijk zijn knie. Jane helpt hem overeind, beknort hem, stoft hem af en neemt hem aan de hand. Nu is hij gekalmeerd. — Zeg, Jane, zusje zal toch niet zoo hard kunnen loopen als ik, wel ? — Neen, niet heelemaal, wees maar gerust. Niet heelemaal? Dan is het goed. Want, als ze nu krijgertje spelen, kan Trott baar pakken zoo vaak hij Wil; en hij behoeft zich niet te laten vangen dan wanneer het hem lust. Dat is ta orde. Maar, ze moet er niet boos om worden...

— Zeg, Jane, ze zal wel hee! zoet zijn, is 't met? Anders geef ik haar een klap...

— Wees toch wijzer! Mag je zoo harteloos zijn, met haar nu al een klap te willen geven! Dat arme engeltje! Trott is beleedigd. Die arme Jane begrijpt ook nooit wat je zegt. Natuurhjk wil hij haar dadelijk nog met slaan: hij bedoelt later, heel veel later, morgen misschien... — En maak vooral geen leven als je binnenkomt! Mama is erg vermoeid, en misschien slaapt zusje wel. — Dat is vervelend. Trott heeft juist heel veel dingen aan mama te vertellen. Gisteren heeft hij een prachtige roode schelp gevonden. En het zwarte paard heeft hij een heele poos mogen mennen. En dan, dat moet hij vooral zeggen, in zijn broek heeft hij een winkelhaak gescheurd; niet ta de nieuwe, gelukkig... Daar heb je het hek van den tuin al. Bedaard stapt Trott naar binnen. Toch begint bij er wel wat onrustig uit te zien. Want, weet je, hij kent zijn zusje nog heelemaal niet. En als Jane aanbelt, voelt bij grooten lust om aan den haal te gaan... Wat mal toch!... Thérèse de oude keukenmeid doet open. Zij heeft Trott's stemmetje al herkend! — Zoo! Trott! kom je eens naar zusje kijken! Maar maak geen

drukte, hoor! Ssst! zusje slaapt Wat een kleine luilak! Trott zal haar gauw

wakker maken... — Als je drukte maakt, Trott, word je dadelijk de deur weer Uitgestuurd. Trott belooft zoet te zullen zijn. Op de teenen sluipt hij de gang langs. Jane klopt aan een deur. De kolossale min doet open. Zij lacht en laat daarbij haar kannibalen-tanden zien, die Trott zooveel respect inboezemen. Dan zegt ze: — Pepétotöi). Trott blijft onthutst staan. Hij verstaat het niet. 't Is misschien wel een vloek. Wat zou er nu gebeuren? Wel, de min is er een uit den Elzas. Zij bedoelt, dat bébé slaapt. Trott is gerust gesteld en sluipt zachtjes binnen. Hij gaat naar een groote rose wieg. De min schuift de gordijnen terzij. Trott buigt zich voorover, en kijkt... Hij ziet iets, dat veel op een gebraden appel lijkt, hoogrood van kleur en vol rimpels. Het heeft werkelijk wel iets van een heel klein kussentje waar je op zou kunnen gaan zitten, maar dat heel warm zou aanvoelen. Ook zijn daar een paar onnoozel kleine handjes, precies ouwe-menschen-handjes,ook rood en ook gerimpeld. Het ziet er allemaal erbarmelijk oud en verschrompeld uit... Trott staat sprakeloos van verbazing.

— Chohpépé2) zegt de min. Aarzelend heft Trott zijn hooM op; daarna kijkt hij weer naar bébé, die maar steeds blijft doorslapen. Dat is dus zijn kleine zus

— Nu Trott, wat zeg je van je zusje? — Wat dunkt je, Jane, als we haar !) Bébé dodo, kinderkamerfransch voor: Ie bébé dort. 2) Joli bébé.

162

Sluiten