Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neergeslagen: O, jawel, mevrouw,, ik ben heel blij. — Men zou het anders niet zeggen. Vertel mij eens, wat scheelt er aan? — Trott stort zijn hartje uit Zij is zoo leelijk. Zij heeft zulke fletse oogen. Zij zit vol rimpels en is heelemaal rood. En bovendien is ze heelemaal niet beleefd. Trott heeft haar het een en ander gevraagd van Onzen lieven Heer en den hemel. Maar ze heeft niets willen zeggen. Zij deed: oe-üvoe-in. Dat was toch met aardig. Mevrouw De Tréan lacht Zij neemt den kleinen jongen op haar schoot. Zij begint te vertellen en uit te leggen. Alle kleine kinderen zijn zoo... — Is 't waar? — En dan, je begrijpt Trott, heele kleine kinderen kunnen nog niet praten. Daarom kunnen ze ook mets van de engeltjes.en van Onzen Lieven Heer vertellen. Maarze zijn heel bedroefd en ze huilen, omdat ze zich herinneren, hoe hef de engelen waren en hoe mooi het er in den hemel uitzag. Trott heeft het begrepen. Natuurlijk, het moet veel aangenamer zijn, door een engeltje gewiegd te worden dan door die leelijke dikke min. En dan, niet te kunnen loopen en praten! dat moet toch Wel verschrikkelijk zijn! Trott griezelt al, als hij er aan denkt. Betere gevoelens komen zijn hartje binnen, en tot Mevrouw de Tréan zegt hij: Ik zal heel lief voor haar zijn, dat zij de engeltjes in den hemet niet al te erg mist — Zus is ziek geweest Maar nu is ze weer bf ter, en men zou haast zeggen, dat die lichte ongesteldheid haar geen kwaad heeft gedaan. Ze is flink gegroeid, en ook is ze er veel vroolijker en steviger op geworden. Haar hoofdje houdt ze nu recht omhoog, even ferm als Trott zelf; zij kan rechts en links kijken en zonder eenig gevaar een poosje alleen gelaten worden. Reikt men haar iets toe, dan pakt zij het met beide handjes aan en houdt het stevig vast. Toch zijn de meeste dingen haar nog volkomen onverschillig; het gebeurt dan ook maar zelden, dat zij opzettelijk naar iets grijpt In den regel kost het zelfs eenige moeite, haar er toe over te halen. En heeft zij iets gepakt, dan manoeuvreert zij er enkel een beetje mee, zonder er het een en ander bij te denken. Voor enkele dingen legt zij intusschen reeds een zekere voorliefde aan den dag. Zoo heeft Zij o.a. een bizonder zwak voor den althaea-wortel, en als zij dien tot achter in haar keeltje heeft geduwd, begint zij er lustig op te kauwen, zonder zich door iets te laten afleiden. Haar humeur is er beslist op verbeterd, maar daarentegen schijnen haar neigingen voortdurend heerschzuchtiger te worden. Evenals Napoleon I eischt zij, dat al haar wenschen worden voorkomen of onmiddellijk in vervulling gebracht Toch zijn ze. soms zoo uiterst moeilijk te bevredigen. Dan echter werpt de jongejuffrouw zich achterover met een uitdrukking in gelaat en gebaar, omtrent welker beteekenis men zich met kan vergissen. Een hartverscheurend gekrijt laat ook den minst snuggere daaromtrent geen twijfel over. Het schijnt echter wel, dat al die betoogingen door haar omgeving als volkomen rechtmatig worden beschouwd. Eerst heette het, dat zij nog zoo heel klein was. Thans beweert men, dat zij bezig is tandjes te krijgen. Maar Trott verkeert in hetzelfde geval: gisteren nog heeft hij er een verloren, wat hem hoogst onaangenaam is geweest; en twee andere zitten los. En

164

Sluiten