Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan toch pas in de toekomst vervuld worden. Uit den infinitief zien wij dan ook in zijn mondje gaandeweg het futurum ontstaan. Keesje heeft toch gemerkt, dat moeder bij dingen die ze beloofde, en waar Keesje dus vast op hoopte, dikwijls de woordjes straks, dadelijk of morgen gebruikte. En al begrijpt hij nu nog heelemaal niet, wat die woorden in de bedoeling van groote menschen beteekenen, hij gebruikt ze op zijn manier, om er mee uit te drukken, dat bij zeker hoopt op de bevrediging van zijn wenschen. Zoo zegt hij, als bij zich vuil gemaakt heeft en wil gewasschen worden, moeder na: daka moena Keesja wassa, kom cheep wasse. „Dadelijk (zal) moeder Keesje wasschen, in de kom met zeep wasschen" had moeder gezegd. Of ook: tats (straks) moena Keesja wassa enz. Met de hoop is echter de vrees nauw verwant. En bovendien komen ze dikwijls bijna tegelijk in ons bewustzijn. We zeggen dan: dat we geschommeld worden tusschen hoop en vrees. Zoo gaat het ook al met ons kleine Keesje. Even graag als hij door moeder op den stoel gezet wordt, even bang is ie om er af te vallen. Even jeukend als hem de vaak (de hoop op slapen) plaagt voor het naar bedje gaan, even kriebelig is hem 's winters de angst voor het wasschen met koud water. En als hij dwingt om te gaan rija, zweeft hij tusschen de hoop dat het gebeuren, en de vrees dat het niet gebeuren zal.

4 Een vast hulo- ^e^c^c' zoowel hoop als vrees, drukt hij dan ook op dewerkwoord voor zeu^de wijze uit: cha Keesja chapa (gaat Keesje slapen) hoop en vrees. 01 chaata Kees vatra (gaat Kees vallen), als hij voelt dat

bij van den stoel begint af te glijden). Men ziet, met dit gaat + infinitief heeft hij reeds een vast hulpwerkwoord voor de toekomst bemachtigd. En geen wonder,, dat bij hierbij nu graag de overgangswoordjes rafs, daka (dadelijk) en moche gaat gebruiken. Een paar dagen voor dat bij met z'n tweeden verjaardag het derde levensjaar ingaat, zegt bij dan ook reeds: chaa Keesja tats ehhag peete (straks gezellig spelen), chaa Kees moche tem mee (morgen met de tram mee). _ „ In diezelfde laatste maand nu van het tweedejaar, heeft

e..ee e Keesje voor het eerst tweemaal het woordje dokka den verleden gebnükt,zooongeveerindebeteekenisvangedronken. tijd. Eens, toen moeder voor het ontbijt nog even naar de

keuken was geweest, verraste hij haar met koesje dokka (ik heb al uit het kroesje gedronken); en een tweeden keer vertelde hij vader, na met moeder bij Grootma geweest te zijn: koffie dokka (wij hebben er koffie gedronken).

6 O we naar de Totzooverwas de ontdekking van den tijd gevorderd op tijdsontdekking Keesjes tweeden verjaardag. Men zou zich echter deerlijk vergissen, als men meende, dat Keesje nu van TIJD ten minste al een flauw bevroeden of een vage voorstelling had. Geen spoor

168

Sluiten