Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen. In het tweede levensjaar kennen ze vader en moeder reeds terug ook na een paar weken, en in het derde zelfs na eenige maanden van afwezigheid. Gewoonlijk pas strekt zich in het vierde jaar hun terugkenning over een vol jaar uit, zoodat zij, b.v. als Keesje, de sneeuw en het ijs van den vorigen winter herkennen. Natuurhjk zijn emotioneele omstandigheden, vooral onaangename, soms in staat om deze termijnen te verlengen of te vervroegen. Maar nu is het interessant om te zien, hoe een kind zich gedraagt den eersten keer, dat het iets duidelijk begint TERUG TE KENNEN; b.v. na eenige dagen logeeren bij oopa. als het terugkeert in de ouderlijke woning. Het kind heeft dan zeker in het vage het gevoeh „dat komt mij anders voor, als alles wat ik de laatste dagen gezien heb"; maar het kan die indrukken toch nog nergens thuis brengen: niet in het tegenwoordige want dat is nog vooral bij Oopa, waar bij pas gelogeerd heeft, en daar hoort dit niet in huis; en ook niet in het verleden, want het heeft nog geen voorstelling van een verleden. En dan wordt het kindje soms een half uur lang radeloos: van die onbegrijpelijke dooreenwarring van vroegere en tegenwoordige indrukken. Het leeft als in een sprookje en weet geen weg. In gelaat en gebaren teekent zich een verlegenheid af, waar vele ouders dan niets van begrijpen. En pas het toetasten, het zich overgeven aan de tegenwoordige werkelijkheid, het gaan spelen met het bekende speelgoed, het gaan eten aan de bekende tafel, doet het kinderhoofdje begrijpen, dat alles wat het nu beleeft toch niet uitsluitend een sprookje is of een droom, maar óók werkelijkheid; maar toch ook een sprookje, het weet toch immers al, hoe alles gaat, dat tats weer de ekka kooraa komt uit het bekende pannetje, en dat bij dan weer zeggen zal: ekka kooraa op. Ja, ja, hij heeft toch ooit gedroomd, hier al eens meer geweest te zijn, ja ja, naast of achter die werkelijkheid van nu, is er een sprookje of een droom, die toch veel op heel deze omgeving gelijkt, waarin ook een Keesje was, en ook een moena, en ook een vaja, maar vaja was in 't sprookje chodaat, maai nu is vaja geen chodaat meer. En zoo is er veel hetzelfde in het sprookje, maar veel is toch ook heel anders. Welnu, dat vage sprookje dat zooveel weg heeft van de werkelijkheid, is de eerste bewuste terugkenning van een stuk levensweg, dat al achter hem ligt, de eerste stap naar een verleden-tijdsvoorstelling. 9. Vrij opkomende Maar hoe moeilijk dan ook, de teragkenning van een herinneringen, de Persoon' dien Keesje in levenden lijve voor zich ziet, tweede stap. ^ tocn no9 heel wat gemakkelijker dan uit zich zeil aan iemand terugdenken, als die niet opnieuw voor hem staat. En pas dit VRIJ IN DEN GEEST ZIEN is een eigenlijke herinnering aan den verleden tijd. En toch na een paar dagen, als hij weer volop in z'n gewone doen is, praat Moene met hem eens over Oopa. O ja, dat is waar ook! Waar is Oopa nou? Heeft hij over Oopa gedroomd?

170

Sluiten