Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeft hij alleen over Oopa hooren vertellen? Nee, hij is er bij geweest, hij heeft met Oopa aan tafel gezeten, hij heeft Oopa gezoend. Dat is toch geen droom, dat1 is... ja dat .is werkelijkheid. Maar nu is het hier toch allemaal heel anders, hier is geen Oopa, maar moena en vaja. Welnu, dit weten van Oopa en hem toch niet zien, is de eerste vrije bewuste herinnering, de tweede stap naar een verleden-tijdsvoorstelling.

10 Herinnenn en ^°°T ^l11 re's' had Keesje, zonder het te weten, toch en terugkenningen °°k a' we' 200 eens iets beleefd. Want in z'n tweede stapelen zich op. levensjaar kent een kind toch gewoonlijk reeds zoo

ongeveer de indeeling van den dag: wanneer hij in 't bad moet wanneer hij bootampja gaat era en koesja mek dinka, uit wangdala of chapa gaat. Maar daar had hij nooit zoo op gelet. We zien hier echter weer, hoe de teragkenning de herinnering voor is, want in dit tweede jaar omvatte de terugkenning reeds een paar weken, maar de herinnering nog sjechts een etmaal van 24 uren, en dat nog alleen voor de dagelijks terugkeerende bezigheden. Zoo gaat het nu ook als het derde jaar komt. Danloopt de terugkenning reeds over maanden, maar de Vrije herinnering, het in den geest terugzien beperkt zich nog tot de meest opvallende, ook slechts eenmaal gebeurde dingen van den dag zelf, en de gewone dingen van een of twee weken. Maar met dit al heeft Keesje nu toch langzamerhand al heel veel in z'n hoofdje, dat niet op het oogenblik volle werkelijkheid is, maar half een weten, half een droom, en waar moena ook over praat En nu merkt hij in 't vage, dat moena voor die andere dingen ook eenigszins andere woorden gebruikt: namelijk de vormen die wij imperfectum en verleden deelwoord noemen. Die gaat hij nu ook probeeren voor die andere dingen na te zeggen. Het is weer een leidende neiging, d.w.z. naar het voorbeeld of analogie van 't gehoorde en begrepene, doet hij nu iets dergelijks.

11 Het v leden ^C ver^cdèn deelwoorden komen voorop. Pijkajotta interesteertrveêï ^^Mik heb een spijker van het jochie gekregen). Tem je om de blijvende P°*'tem P°ka (m'n trem is kapot, m'n trem is gebroken), gevolgen. Keesja mooia faaf ebakt (Keesje heeft een mooie taart

gebakken). Waacha jotja keecha (ik heb een wagen van het jongetje gekregen). Gelijk we zien, zijn'dit echter allemaal gevallen, waarin de verleden gebeurtenis, hem interesseert om de nog voort-durende gevolgen, de prettige of pijnlijke uitkomst. En zoo is het ook met het eerste nieuwe tijdsadverbium meer gegaan. Als zijn wagentje kapot is, en hij heel beteuterd beseft: Keesje heef niet waachja meer; 'of als bij kort daarop zijn bordje hoéft gebroken: Bodja boka; nou heef Keesje cheen bodja meer. Het pijnlijke gemis van nu overstemt hier nog het verleden feit 12. Vergelijking Niet lang daarna komt hij nu tot een tijdskonstateering, van toekomst en waarbij z'n gevoelentjes toch niet meer de hoofdrol

171

Sluiten