Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verleden! de der- sPclcn- °P een keer m de 24ste maand, gooide hij het de laatste «*«ip. na nct ander van de tafel op den grond -.Fats doos, fat 3 tas, fat ammaal (daar valt de doos, daar valt de tasch, het valt allemaal). Toen: Keesje sa oppapa (Keesje zal oprapen) Moena sa oppapa (Moeder zal oprapen), wat nu inderdaad ook gebeurde. En daarna werd met voldoening gekonstateerd dat het doel bereikt was: Is ammaal oppapaapt (nu is het allemaal opgeraapt)! en een pret van belang natuurhjk. Dat was weer een kunstje, als bij er nog nooit een had uitgehaald, 't Duurt dan ook niet lang, of hetzelfde spel begint opnieuw: Het eten is gedaan. Vader is reeds van tafel opgestaan. En Keesje kommandeert: Moena oppuims (Moeder moet opruimen). Met belangstelling volgt hij al de bijzonderheden van deze dagelijksche bezigheid, hoe een deel van het eetgerei naar de keuken, een deel de kast in gaat; en als alles op de plaats is waar het wezen moet, konstateert de baas vergenoegd: Nou eef moena oppapuimd. Groote pret! Kort daarna vraagt bij een blad dat onder de aardbeien ligt: Nog bad ebba. Hij krijgt er een, en konstateert nu het verleden; Keesje bad gaebt. Na een tijdje begint hij opnieuw zijn tijdsproeven. Hij vindt in moeders naaidoos een doosje met knoopjes. Daarover houdt bij de volgende alleenspraak: Da koopa zijn ammaar af. Moeda heefadda koopa afganaaid (afgetornd), Keesja gaat ook koopa naaia. Wij zien hier duidelijk hoe de toekomende en de verleden tijd samen worden ingeoefend en onderling vergeleken. In 'Keesje sa oppapa, Moena oppuima, Nog bad ebba, overzag Keesje de handeling die komen ging. Vervolgens voert hij ze zelf uit of laat het moena doen. En daarna wordt het welslagen gekonstateerd met: Is ammaal oppapaapt, Nou eef moena oppapuimd, bet doel is bereikt. In het laatste geval de koopezijn ammaar af konstateert hij eerst den tegenwoordigen toestand, gaat dan eerst-naar de oorzaak in 't verleden terug, Moede eef adda koopa afganaaid, en maakt eindelijk z'n plan voor de toekomst Keesja gaat ook koopa naaia.

i % H . Zoodoende is Keesje nu' dus aan het beseffen: dat hij ti d b 6 ^etS C voortdurend leeft tusschen het verleden en de toekomst j s egnp. ^ sprookje, die droom zijn allemaal eens tegenwoordige werkelijkheid geweest, die nu echter reeds in het verleden achter hem ligt; maar wat bij hoopt en vreest ligt nog vóór hem in de toekomst. Hij ziet nu, dat hij, bij 't in vervulling gaan van hoop of vrees, steeds de toekomst inhaalt: door er tegenwoordige werkelijkheid van te maken. Maar telkens juist op het oogenblik. dat het werkelijkheid geworden is, ontglipt het hem naar 't verleden, het is alweer afgeloopen, nu is ook dat een sprookje geworden. Zoo wordt heel zijn bestaan van lieverlede een bewuste aaneenschakeling van drie tijdsvormen: het verledene, het tegenwoordige en het toekomende; maar die tijdsvormen staan niet

172

Sluiten