Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of vrees met dat der toekomst, nu ook zijn dod-handelingen met het begnp van duur, en zijn nuddd-handelingen met het tijdsbegrip van plotseling afgeloopen of voltooid. En daarom noemen wij deze vormen juist trouwens als de verleden- en de toekomstige-tJjd-vormen met de' namen van hun tweede beteekenis, die op den duur de voornaamste wordt, hoewel we later, ook hier. toch weer de oudste gevoels- of wilsbeteekenis voortdurend zullen zien doorschemeren.

17. De durende Wdn? Keffe is in dezen zelfden tijd. ook bij tegentegenwoordige woordige konstateeringen. soms onderscheid gaan tijd. maken tusschen deze beide soorten van werkwoorden. j i j , •_ Z?°lze9t^: Keesja is rga waachja. moena is boochap doen (moeder js boodschappen doen), wat voor Keesje natuurlijk, die van net doel dier boodschappen niets begrijpt, maar eenvoudig moeders afwezigheid konstateert. eveneens een duratieve handeling is. De duratieve tegenwoordige tijd vormt hij dus door den infinitief achter het koppelwoord is te zetten. En zoo is het ook in de groote-menschentaal.

18. De durende 5°, df efste vop,rbeelden van den onvoltooid verleden of onvoltooid ^ *e lü) met klaar bewustzijn gebruikt, zijn dan ook verleden tijd. i™8* voorbeeldjes van hetzelfde aspect: Moena tras at .„ . chijva(moeder was aan'tschrijven).Keesjawasa'tfiecha rTÜf ^aS } vÜ«gen. droomverhaal). Vara was eta. Dat wij bier inderdaad met bedoelde verleden tijdenen niet met onbegrepen nagezegde vormen te doen hebben, blijkt 1« uit het feit, dat hij juist o7 denzelfden dag, vlak er na: een der bovengenoemde voorbeelden met is gebruikte; en 2 dat vooral bet tweede zinnetje hem zeker nooit is voorgezegd.

19. Durende j 2flfde onderscheid maakt hij nu, evenals wij, ook en voltooide m de böwoorden, tusschen kaa (klaar) en ekka (lekker = bijwoorden. genoeg). Daka kaa (dadelijk klaar). Jantje is kaar eta . . _ üantjeisldaarmeteten).Moecfaoo*faarerainer(Klaar beteekent den afloop van een voltooibare handehng). Maar hij zegt: Keesja ekkearqd. Keesja eef ekka sÜ lekka mist (ik heb lang genoeg geluisterd) enz. Genoeg beteekent het afbreken van een onvoltooibare handehng

20. Het verleden ^««rtusschen bereiden hem al deze, zoowel in vorm deelwoord. f/5 beteekenis,zoo verschillende vormen nog allerlei zeer

begrijpelijke moeihjkheden. Vooral het verleden deelwoord. Om hiervan een overzichtelijk beeld te geven laat ik nu, zonder meer dan strikt noodig is op samenhang of zin te letten, al de voorbeelden hiervan afdrukken in de volgorde waarin Keesje ze heeft gebruikt X koesja dokka: gedronken 1,11 X abakt: gebakken 2 1 Xkeecha: gekregen 2,0 Xoppapaapt: opgeraapt 2. 2

X chapa: geslapen 2. 0 X oppapuimd: opgeruimd 2. 2

Xboka: gebroken 2. 1 Xkappa weest: bij den kapper ge-

175

Sluiten