Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OEFENING Schrijf uit Een Moederhart op blz. 11 eens alle verleden deelwoorden op, zet een kruisje achter de perfectieve, en reken dan eens in percenten uit, hoe daar de verhouding is tusschen perfectieven en duratieven. De gevonden cijfers geven een goeden maatstaf voor het litterair gebruik. Sinds 1840 is er zelfs een duidelijke stijging van perfectieven op te merken. Maar in het gesproken Alg.-Beschaafd-Nederlandsch, zijn van al de voorkomende, als zoodanig gevoelde, verleden deelwoorden een kleine 75 % perfectief. Wij zien hieruit, dat de tweede verleden tijd, bestaande uit het hulpwerkwoord zijn of hebben, en het verleden deelwoord, waarlijk niet zonder reden, tot nu toe voltooid verleden tijd werd genoemd, en zoolang onze taal zoo blijft, ook nog wel zoo zal genoemd blijven worden. 22 TiuimmA en ^cn woord nog over gaworda en den lijdenden handelendwerk^ vorm. We zagen reeds in is ammaa oppapaapt woordsgebruik. (opgeraapt) een eerste voorbeeld van wat de grammatica een lijdend of passief werkwoord noemt; maar het is niet zeker, dat Keesje dit al zoo juist bedoelde, evenmin als het nog vroegere tem pot, tem boks (gebroken). Nu komen echter in de 4de en ó^e maand van dit jaar eenige zinnetjes voor, waarin aword, aworxa met een adjectief verbonden, reeds duidelijk een passieve kleur begint te vertoonen: is Keesja nat aword, is Keesja nat awotta, enz. Daarop volgt nu — gelijk het bij alle kinderen schijnt te gaan — op 2'/2-jarigen leeftijd (2, 7) het eerste echte passivum: ar tichtja moet.opgastookt worra. Dat wordt dan spoedig met opgasteekt, en eindelijk met den juisten vorm opgastoka herhaald. Toch duurt het nog bijna een half jaar, eer deze vormen drukker in gebruik komen. Dan heet bet weer: nou wor ik gameet (gemeten) enz.

OEFENING ^ren9 de v°Igende passieve zinnetjes in het aktief, en de aktieve in het passief over: Onze stadspoort is nog door Montauban gebouwd. — Door moeder werd hem gevraagd, of hij op school geplaagd werd. —• Men praatte veel in de stad over den nieuwen burgemeester. — De Hollanders hebben Spitsland ontdekt — Het papier mag slechts aan een kant beschreven worden. — Het diner werd door den kellner opgediend. — De menschen A*nVm van alles uit om zich het leven aangenaam te maken. — Er wordt druk schaatsen gereden. —> Er wordt veel gestudeerd om besmettelijke ziekten te voorkomen. — Men klopt aan de deur. — Die hond blaft alle voorbijgangers aan. — Waar goed gewerkt wordt daar is men tevreden. — Zoo iets moesten ze met toestaan. — De burgemeester werd plechtig ingehaald. — Ik werd gisteren per auto thuis gebracht. — Op reis werd hij door de koorts overvallen. — De Koningin werd er met groot gejuich ontvangen. — Ik weet niet wie het mij verteld heeft. — Wat heb je aan klanten, die hun rekening nooit betalen. — De som geld, die door hem bespaard was, kwam later goed te pas. — Waarvan maakt men billartballen? — Hier mag niets worden aangeplakt.

Dc Roman van een kleuter.:!

177

Sluiten