Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beuren. Hij ontdekt het ineens voor die heele klas van woorden samen. Het voorvoegsel van het verleden deelwoord is ga-. OEFENING m de ïjst op bk. 175— 176 eens na, bij welke werkwoorden Keesje in de vierde maand van dit 3** jaar (2,3) het voorvoegsel wegliet. Zou moena misschien eenige dezer verleden deelwoorden ook wel eens zonder het voorvoegsel pa- gebruikt hebben? Wanneer op het verleden deelwoord een infinitief volgt blijft pa- heel vaak weg. Hij is komen aanloopen. Ik heb het hem zien wegmoffelen. Je hebt staan praten. Ik heb je maar oren loopen In deze en dergelijke gevallen is zoo'n deelwoord nu met meer van den mfinitief te onderscheiden. En dientengevolge komt nu bij eenige andere w.w. hier eenvoudig de infinitief ta plaats van het deelwoord te staan: Ik heb het hem zelf ftooren zeggen (gehoord). Wij hebben hem helpen instappen (geholpen). Maar toen is hij tot Rotterdam blijven zitten (gebleven). Hij heeft voortdurend zitten roepen (gezeten). In 't Brabantsch dialect hoort men b.v. nog: Wa zijn wiesta baoia (wiesten = weesten, gevormd naar geweest), terwijl het Algem. Beschaafd weesten reeds heelemaal aan den infinitief wezen heeft gelijk gemaakt: ze zijn wezen kijken. Begrijp je nu. waarom Keesje bij gezien, gezeten en geweest langer aarzelde ? Zoek zoo nog eens eenige andere voorbeelden van infinitieven of althans deelwoorden zonder ga- vóór een anderen mfinittef.

33. Zwakkeenster- Veel moeilijker echterbhjkt het achtervoegsel te zijn. ke deelwoorden. Want nu begint hij langzamerhand te merken, dat

nietaldiemetga- beginnende verleden-tijdswoorden op een -t uitgaan, maar sommige ook weer. op zoo n moeilijk hoorbare. ongeaccentueerdesÜbe. Zelf had hij tochvroègeral - zonder dit te merken -dokka, keecha, boka. en daarna afonda, aworra. (mee)adoma, lin)astoka. acheta nagezegd. Daar weet hij nu in het begin heelemaal geen raad mee, en lukraak, klinkt het gareja, en gareed, gameet en gameta. gawotta en gaword. opgapeet en opgapeta. gageefd en gageva achter elkaar uit zfin mondje. Trouwens van moeder en vader hoort hij ook: verschrikt en opgeschrikt naast verschrokken en geschrokken.

34.Deloutergram- ^ onderscheid tusschen zwakke en sterke werkmatische groepen. wo°rden hangt echter met geen enkel verschil van , i . beteekenis samen, en de zwakke en sterke deelwoorden beteekenen precies denzelfden verleden tijd. Dit verschil moet hij dus voor elk apart werkwoord leerén. Terwijl hij zich dus met het voorvoegsel ga- op 3-jangen leeftijd nooit meer vergist, zal hij zeker nog tot z'n 6 of / jaar met die beide achtervoegsels te vechten hebben. Vormen als

hanaluWkvooT^' 93krijdd enz' komen °P ^ lceftiid n°9

35. Zes eenvoudige Maar ,no? ingewikkelder is die vreemde stamkhnkerwisselreeksen. verandering in het imperfectum en het verleden deelwoord, van de sterke werkwoorden. Aan sommige

183

Sluiten