Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste vijf klassen. Ten slotte bewijst bwoos voor blies, dat bij ook reeds het imperfectum der 2de en 12de klas kent, alleen is hij hier een stap te ver gegaan: van blazen ging hij naar bhes, maar door bliesta verleid, ging hij door bijgedachte aan kiezen nog een rijtje verder tot bwoos, en een oogenblik zelfs tot bwoosta, dat het ten slotte evenwel weer tegen bwoos moest afleggen. Maar 't is dan toch ook moeilijk, inderdaad!

43 Zwakke im- ' <^t ^aa*ste voorbeeld evenwel zien wij duidelijk, perfectunrvormen' dat °°k hct 2wakke imperfectum, op -ra althans, reeds

aan het opkomen is. Een maand of drie later verschijnt -da bij hooren: ik hoorde. Maar pas in hun vierde en vijfde jaar gaan de meeste kinderen deze vormen drukker gebruiken. Dan ook pas beginnen ze de veel vroeger geleerde sterke werkwoorden, ook wel eens zwak te vervoegen. En het duurt soms jaren, eer ze vast vopr alle werkwoorden, de juiste imperfectumvormen te pakken hebben. Voorloopig geeft Keesje nog de voorkeur, aan het verleden deelwoord met hebben of zijn.

44 De nood der ^ct zon^et reden wees ik er dus reeds boven op, eenzaamheid de dat het hier 9een toutcr spelletje meer is, of zelfs beste taalmeester. net uithalen van een vrij moeilijk kunstje. Neen, het is

alleen de honger naar verstaan en verstaan te worden, het is de behoefte aan omgang en mededeeling uit het vorige hoofdstuk, het is de nood van het zich in z'n bewustzijn nog zoo éénzaam voelend kind, dat het de kracht geeft om al die bezwaren te doorworstelen, en eindehjk te boven te komen. Dat gaat evenwel weer niet zonder veel vallen en opstaan. En moeder helpt hem daarbij zooveel zij kan. Juist op dezen leeftijd beginnen we dan ook uit Keesjes woorden zelf te hooren, dat hij zijn uiterste best doet, om zonder fouten té spreken. En menige jongen van 12 jaar die in vadsige slordigheid zich niet bekommert om taalfouten, kan aan Keesje een lesje nemen, die op bijna drie-jarigen leeftijd voortdurend moeder haar de oogen kijkt: of hij het wel goed zegt. En als hij dan na veel probeeren eindelijk erin slaagt, het zóó te zeggen, dat moeder tevreden is, roept hij met volop gerechtvaardigde blijheid uit: nou zeg Keesja at goed moeda!

ALS DE DOOD ZOO BANG. :-: :-: :-: door Barbra Ring. Het was op het einde van Augustus. De avond was donker, en er steeg mist op bij de kust De groote stoomboot vervolgde z'n weg over de wateren van het eene land naar het andere1). De dikke kapitein waggelde in een grijzen ulster over de brug en legde een vochtigen wollen handschoen op een even vochtige Schotsche muts. „Nu zijn we in Noorwegen, beste jongen,'' zeide hij heesch. Er kwam geen antwoord. De Schotsche muts bewoog zich niet Toen vertraagde de boot z'n vaart en scheen langzaam drie korte woorden uit te stooten: „Hier — ben — ik." Daarop wendde de boot Een donkere landpunt l) Van Engeland naar Noorwegen. :»;

188

Sluiten