Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel goed: dat het katten waren. Oom Ronald beval de meld om met de katten heen te. gaan. zette John op de knie en liet de hand door John's bruine krullen glijden, zoodat de roode steen aan den pink fonkelde. Toen vertelde oom Ronald dat mama naar papa was gegaan l) en niet terug kwam. maar daar moest John met bedroefd over zijn. want mama had het heel goed en wilde het liefst bij papa zijn. John keek oom Ronald aan en vroeg: „Heeft mama dan gejokt, toen zij zeide, dat zij het allerliefst bij mij wilde zijn om op me te passen?" Oom Ronald zeide, dat mama in den hemel was en toch wel op John passen zou. John keek oom Ronald weer aan en zeide: „Ja. maar dan kan ik niet op mama passen. En als er mist is. kan mama mij misschien niet zien en dat zal zij heel naar vinden. " Oom Ronald's hand streek steeds over de krullen. Oom Ronald s hand was zoo zacht, als die hem tegenwoordig hef koosde. „Kan ik haar niet na reizen?" John's groote. grijze oogen smeekten. „Wilson zou mee kunnen gaan. oom: Wilson kent overal den weg." Maar oom Ronald zeide, dat Wilson noch John dien weg konden vinden. Mama zou John wel kunnen halen, als zij hem bij zich wüde hebben. En toen vertelde, oom Ronald, dat bij mama beloofd had: John naar mama's land te laten gaan, als mama niet terug kwam. Had John er zin in ? „Ik zou graag bij het nieuwe jongetje blijven," zeide John. Toen drukte oom Ronald John tegen zich aan, zooals bij nog nooit gedaan had. Het deed misschien wel een beetje pijn, want het zegel van oom Ronald drukte John tegen zijn borst. Maar John zeide mets, hij sloeg zijn armen om oom Ronalds bruinen hals en gaf oom een flinke pakkert terug, zooals hij mama altijd gegeven had. En plotseling kwamen de tranen te voorschijn. Op eens begreep hij. wat het zeggen wilde: dat hij mama nooit meer een pakkert kon geven. Nooit meer. Hij ontwaakte ta oom Ronalds bed. terwijl oom Ronald zelf ta een stoel naast het bed zat te lezen. Oom begon met John te praten en waschte met een spons het kleine, behuilde gezichtje af. „Je weet wel dat tante Hermione en ik je graag hier zouden houden " zeide oom Ronald. John Winterfleld Mac Kean ging ta het groote bed overeind zitten en zeide, terwijl hij oom Ronald ernstig aankeek: „Tante Hermione vast niet" Het witte litteeken van oom Ronald werd heelemaal rood ,maar hij zeide niets. „Misschien is zij niet boos op jongens, nu het nieuwe jongetje er is en niet loopen kan en geen kwaad kan doen." zeide John nadenkend. Oom Ronald stak John de hand toe om hem uit bed te helpen en antwoordde verstrooid: „Dat zou wel kunnen zijn."

John Winterfleld Mac Kean stond met zijn schotsche muts ta de hand, en een jas met glimmende knoopen aan, en een regenjas over den arm, voor Tante Hermione's bed. Oom Ronald had gezegd: dat hij afscheid van haar moest nemen en haar bedanken moest John's hoofd kwam juist tot aan het kussen, waar tante Hermione ta veel witte kant gehuld tegen aan leunde met het nieuwe jongetje ta de armen. En tante Hermione stak John Winterfleld Mac Kean haar blanke hand toe met de schitterende ringen en de roze, gebogen nagels. „Je J) Dat John's moeder gestorven was. ~" ~ ~

De Roman vu een kleuter. 13.

193

Sluiten