Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

□ Stil naar den schoorsteen in grootmoeders kamer liep ik, n En greep een poppetje — de keizer van Japan —

Echt speksteen... Waar is grootmoêl riep Ik;

txeen antwoord. Roover, zei 'k, let op/ En kwakte 'm tegen 't marmer dat zijn kop,

□ Eer ik mijn plan begreep, al voor mijn voeten rolde... n Voor moeders voeten ook! die me was nagegaan —

En me aankeek, sprakeloos maar met een traan — En me inhaalde, eer 'k van schrik de straat op holde... „„Ben."" sprak ze zacht .„.je doet me heel veel pijn:

□ Grootmoeder hield zoo van dat beeldje, booze jongen' n Omdat het van haar moeder was."" Hoe sprongen.

Bij dat omdat het van haar moeder was, in mijn

Boosdoeners-oog óók tranen! en ik kon niet spreken...

„„En nu (vroeg moeder) wét gedaan eer Vader komt ?""

— Begraven! — dacht ik, nu van angst verstomd... m

Maar moeder lijmde 't ding, en Ik — kreeg 't land aan breken.

En op den morgen dat ik grootje in 't lijkkleed vond.

En hoorde spreken van begraven, riep ik: lijmen]

En keek naar moeder. Niemand anders die 't verstond;

□ „„Ben (sprak ze, en kuste me) bewaar onze geheimen!'"' n De keizer van Japan pronkt nog op de eigen plek;

En als ik lastig ben of boos wil worden. Dwingt moeder me als een wezeltje tot de orde Door draaien met 't hoofd naar 't hjmrandje om z'n nek. GROOTMOEDER. :-: :-: :-: door Anna van Gogh-Kaulbach. Orootmoe heeft een aardig huisje Grootmoe kan zoo mooi vertellen 1 Met een grooten tuin er om | 'k Zit dan stil en geef geen kik.

O! wat zi,n daar mooie bloemen! Wil je'tgelooven? eens was Grootmoe

k Mag ze plukken als ik kom. Ook een meisje, net als ik.

Grootmoe heeft een blauw serviesje Dat vertelt ze menigmalen Vast wel honderd jaren oud! Gist'ren fluisterd' ik haar in •

Heel voorzichtig mag ik schenken, „Grootmoe was u nu een meisje Omdat ik er zoo van houd. 'k Nam u zeker tot vriendin"

HET KLEINE MONNIKJE. :-: :-: vrij naar oudere en nieuwere lezingen ln de groote grauwe abdij was een heel klein monnikje, en het kende oeen ander thuis. Als slapend kindje was het op een zomermorgen voor de klooster poort gevonden; en net als de monniken van het convent, noemde het den gnjzen abt: vader ; en wat een moeder was. dat wist het met Zacht en droomeria kind had zijn jong leven met veel gedruisch gemaakt in de ernstige stilte van studie en gebed. - Daar de oude broeder kleermaker geen andere snit en geen

195

Sluiten