Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar, dus op een leeftijd van 38 en 42 maanden pas de verbindingen kwaad, kwart, langzamerhand in gebruik; met aanvankelijk echter nog een veel te vette half-Engelsche w, en daarna pas op ongeveer 4-jarigen leeftijd mei de 3«ie Hollandsche w. De bovengegeven opvolging van eerste, tweede en derde w was dus chronologisch. Alleen komt, evenals tusschen de eerste en tweede, ook tusschen de tweede en derde telkens de Engelsche w als overgang. Dat voor dezen moeilijken medeklinker de kwelspreuken talrijk -zijn, zal wel niemand verwonderen.

OEFENING wee* witte Willem wonen? Witte Willem woont wonder

wijd. Wie weet wat witte Willem weeft ? Witte Willem weeft witte wol. De wind die waait Wat waait de wind ? Hoe kan de wind zoo waaien 1 Wit paard, zwarte staart. Roo leer, zwart leer. Toen kwam er op eens een dolle begijn, Die vroeg aan mijn. Of hispel-kwispel-kwaspel-kwijn, Kwarremaker-k worremerijn wel goed voor mij zou zijn! Geen wonder natuurhjk, dat de w hier juist meestal gecombineerd wordt met klanken, die er het gemakkelijkst ta den kindermond mee verward worden. Wat denk je van zwoel naast zoel, van dolen naast dwalen, van dazen naast dwaas doen, van dwarrelen naast warrelen, van kwakkelen naast wakkelen ?

14 De 1 een laat moesten we weten, om nu de opkomst van de / te komertjé, groeit begrijpen, die pas veel later inzet maar de w inhaalt voorspoedig. en no9 een klein beetje vóór haar klaar komt. Tot in

z'n 27ste maand heeft Keesje nooit iets uitgesproken, dat ook maar in de verte op een 1 geleek. Bal klonk bau of baj, allemaal: ammaa, stoel: roem, later: roer, wel: wet, stil: sn'r, wil: wir, dadelijk: daak, daka of daak, ketel: ketar, molen: mor kralen: kara, uithalen: uitara, alleen: arreen, spelen: peeja oipera, politie: poritie, galoppeeren: pera, chapere, appelen: appawe, kachel: kachara, spiegel: piecha, piepieche, hagel: hachej, tafel: tafaw, tafawa, hef: rief, lippen: ippa, lepel: epa, cheep, eep, licht: icht, richt, lust: rusr, liggen: richa, loopen: oopa, lekker: ekka, leelijke: reeks, lang: rang, later wang, lantaarn: atara, later rat ara, limonade: imonade, locomotief: okatief, rokatief, later wokamatief, enz., en zoo blijft het in het woordbegin, tot een heel eind in het vierde levensjaar.

15 Con ti ^aar de silbedaling is hier weer voor. Tot volop in tusschen de 1 en üet derde jaar klonk het ook hier nog altijd: fat, vaten de w. f^t voor valt, een speld heette: pe(j)t, melk: mek, later

mewk, aardappelen: appas, half: harf, hawf, help: hewp, enz., maar nu in de 27ste maand komt viel en weldra daarop wiel en spoedig daarna ook in verbinding met een uitgangs-t: avield, en zelfs half en avald (gevallen). Dit laatste voorbeeld na een a herhaalt zich echter voorloopig niet. Soldaat klinkt 2, 5 sordaat (met gebrouwde r) dan songdaat, zolder: zongdar. 'tRolt heet 2, 10 weer rdr; en in 't algemeen

206

Sluiten