Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 Eindsilben Maar ook op het einde van het woord is dit algemeen.

Keesje zegt voor gisteren: gister, peuteren: peate, andere: anna, later: andara, koperen: kopa, wandelen: wangda, deksel: dechs, deks, geluisterd: luist en toen het hem nog eens duidelijk voorgezegd werd: ja luistat, enz.

Ook' wij maken ons van de ongeaccentueerde eindsilben al heel OEFENING, gemakkelijk a£. Wat maken wij gewoonlijk van den meervoudsuitgang-en. dien wij schrijven omdat onze voorvaderen ook -en spraken? En van den infinitief uitgang, en van den uitgang der sterke verleden deelwoorden? En wat maakt de volksmond van luitenant, vrouwmensen ? En wat zeggen wij allen ook, en met even veel recht voor jongetje, jonkheer, jonkvrouw, juffrouw, boomgaard, wijngaard, wenkbrauw, (enkel' is oorspronkelijk en nog in 't Zeeuwsch: een-klauw) enz.

95 A tr lek- Gaandeweg komt hier, gelijk wezagen, bij Keesje eenige 25. Aan e ings- verDetermgm Maar deze verbetering kan ook weer wel

kracht van de ac- » . , , °~ , . , .

centsilbe 66113 °P een verkeerd spoor geraken. Z«oo gebeurt net,

dat bij van een sübe zonder nadruk, niets onderscheidt dan één tótnutoe onopgemerkten maar hem nu ineens opvallenden medeklinker met een vagen klinker, dien wij door a voorstellen. Nu is echter het eigenaardige van een silbe met nadruk, juist dat ze bijzonder opvalt. Onwillekeurig dus gaat Keesje meenen, dat hij dien opvallenden medeklinker ook in de opvallende silbe heeft gehoord, en springt deze medeklinker dus in Keesjes uitspraak uit de silbe zonder nadruk in de silbe mét nadruk over, en dringt daar een anderen medeklinker uit weg. Eerstin beginsilben. Voormeneer zegt Keesje dus: ameer, voor bewaard: abaard, voor beneden: abena (denk aan dema voor nemen). En zoo gaat het ook met de eindsilben: vader zegt Keesje als vara, anders als ansa, neties als nesja, dadelijk als daka, electrische erektrisja, etrektisaa. _______ Hoe zou ons woord naald ontstaan zijn? In het Duitsch is het

OEFENING. Nadcl En aalt (gier) naast adel (poel)? Tsjilpen, tjilpen, tsjirpen, tsjielepen en tsjierepen staan naast Brab.-Vlaamsen: tjiepen, tsjiepelen, tsjieteren.

2fi O 'ai Verder geeft Keesje herhaaldelijk gehoor aan een neihou waMe* hebV gin9 tot vasthoudendheid. Heeft hij eenmaal z'n mond voor een klinker of medeklinker in een bepaalden stand gebracht, dan houdt hij graag z'n mondje nóg een tijdje zoo, of brengt hem na een oogenblikje weer heel graag in dienzelfden stand terug. We zagen daar ook in het I V< hoofdstuk reeds allerlei bewijzen van. Zoo b.v. in de moeite die bij had om na een klinker, dien hij vast wou houden, in dezelfde silbe nog een medeklinker te laten volgen, of althans een silbe met een anderen medeklinker te eindigen als waarmee ze begonnen was; toen in het tweemaal herhalen derzelfde silben in tatta, neuneu, daarna

212

Sluiten