Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klinker begint. Dan moeten we toch tijdens het oogenblik der ploffersluiting onze tong en mond in een heel andere positie brengen. En begrijpelijkerwijze wil dat dan niet altijd ineens, de mond is vasthoudend, is koppig, blijft in z'n ouden stand, en zoo begint dus de volgende silbe met den zelfden medeklinker, waar de vorige silbe mee eindigde. Hieraan zijn nu ook al die verkleinwoorden op a zonder j te wijten; zoo: schootje: toota, kopje; koppa, popje: poppa, enz. Daarom kan Keesje, nadat hij in opgeruimd, in plaats van 't vroegere oppapuimd reeds opparuimd heeft geleerd, nog niet opga- zeggen. Evenmin op rui ma dat dan nog oppuima heet. Den dokter noemt hij dan ook dokka, enz. enz. Van deksel maakt hij dekkels, dat ook in 't middel-Nederlandsch voorkomt. Hier voelde hij dus halfweg in de laatste silbe: dat de s ontbrak, en voegde ze er ■— beter laat dan nooit — nog even achter het woord aan toe. OEFENING ^ta'DOmDazm ontstondnl. bommezijn, fra. comcombre: nl. komkommer, Lombaerd: lommerd, wambuis: wammes, ende: enne: en hordetje: horretje, altemaal: allemaal, kornel: korrel. Waarom? Verder spreken

wij kistje uit als ...... nestje , bestje mastje kastje 't is

me een kostje , ik praat-de ik klets-de , ik hoest-de ik

zweet-de als ,. .

30 De nei in tot ^aar we ^O01 reeds in die brabbelspelletjes van zoo afwisseling'm9 ° even> da* er mèt die herhalingen toch ook een zekere

variatie moet gepaard gaan: moer, moeta, moette, moetat, mat. Welnu ook daarvoor zorgt hij in z'n woordenkeus: papatazie b.v. Het woord papier schijnt hem zoo een beetje te eentonig. Dat varieert hij dus tot kapiet. Eveneens pantoffels, waar de twee lipklanken hem aanstoot geven en daarom maakt bij er katoffels van. Opmerkenswaard is ook, dat in de beide laatste voorbeelden papier enpantoffels, de medeklinker der silbe zonder nadruk moet wijken voor dien der silbe mèt nadruk, zie ook kalkon voor balkon in nr. 31. De nadruk schijnt dus óók op de medeklinkers te rusten.

OEFENING eens eeiu9e refreinen op, die je zoo al kent, in het genre

van falderalderiere. En ga eens na, of ook daarin met de twee zelfde neigingen van herhaling en afwisseling bevredigd worden. En wat is het rijmen van verzen eigenlijk? Zijn twee op elkaar rijmende woorden heelemaal precies eender? Kijk hier eens eenige versjes uit dit boek op na b.v. bh?. 49 en blz. 61, blz. 86 en blz. 139.

31 De 1 t tot Maar er is nog een derde neiging in Keesjes woordvoorbariaheid in klanken op te merken: een zekere voorbarigheid, 't Is de 8ilbestijging. of de klanken, die nog komen moeten: hem op de lippen branden als gloeiende kooltjes, die hij zoo gauw

mogelijk kwijt wil zijn, zoodat hij ze naar voren haalt in het woord, of ook de voorafgaande klanken er voor omvormt, om ze óf heelemaal naar

214

Sluiten