Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nij: emeeeeeer. mach in ? (meneer mag ik er in). Voor hetzelfde doel schijnt ook een verscherping der medeklinkers te dienen: Gosjamyne wordt in zulke oogenblikken tot Chosjabyne. gek: chek. fiesl naast viezagheid, ondeucha beest naast ondetigad.

OEFENING. ^ een8,0p' *e ei9enÜlk «gt als je met veel nadruk tegen een vrind volhoudt, dat het maar een haar scheelde of de bal was door de goal gegaan. Je vrind zegt: pff, 't was er nog een heel eind vandaan Wat zeg jij. t wassar flak bij (misschien zelfs pij). Maar de gewone vorm is: er vlak bij Zoo werd het Fransche woord vil: leelijkerd, verachtelijk mensch. bij ons tot fielt Het pijnlijke. vijt aan den vinger, werd juist om de heftiae pijn die men ermee bedoelt tot fijt Wedden word in een hartstochtelijke vraag tot: wet ta? Doch werd om den nadruk der bedoelde tegenstellina vast tot toch. Nog dit jaar: kan men in een gepassioneerd gesprek soms hooren als: nog tit jaar. Ergens den brui van geven werd onder den invloed van die kwaje bui tot pruUlen. Vonkelnieuw werd juist om de verassende bewondering tot fonkelnieuw. Welnee! metgrooten nadruk gezegd, luidt heel vaak: Belnee! In andere gevallen worden de medeklinkers gerekt Zoo soms in: Ben je rrrazend? met een rollenden tongklank. En wat do we mm gebeuren? Waarrratje, daar beginnen de mannen Fffoei. affsschchuwwelijk! Daaraan doen dan gewoonlijk ook de klinkers mee: Zoo in: eeennnorram. vreeesssalijk! Maar Cü5 b'J/^rder 9cvoei smelt bij ons alleen de klinker in gesmijdige weeka j **f 3* * 5°?? Vertiest: Skoon. skooon. skoooon. (schoon). Andre de Ridder: H. Verriest A'dam-Antwerpen 1908 blz. 29 of in het sonnet van Kloos aan zijn moeder:

Ik denk altoos aan u. als aan die droomen OEFENING Zou ie

Waarin, een ganschen, langen zaalgen nacht dit vers

Een nooit gezien gelaat ons tegenlacht,

Zoo onuitspreekelijk hef dat bij het doornen phonéDes bleeken uchtends nog de tranen stroomen Osche Uit halfgelokene oogen tot we ons zacht letters Enzwijgend heffen met de stille klacht: kunnen Dat schoone droomen met weerommekomen. schrijven? Maar voor dit fijne onderscheid heeft Keesje nog geen oor. Probeer ook het nu volgende versje eens met animo voor te dragen, en luister dan eens welk woord langer duurt: groof of klein. Als je ?héél goed voordraagt. J er zelfs verschil tusschen alle woorden en zinnen, die van den hond. en öe van de kat gezegd worden. Niet alleen in den duur der silben, maar nnw n v art,cIulfftic-In <k gedeelten over den hond probeer je dan onwillekeurig met half open mond en uitgestoken lippen te spreken, net of je voortdurend: oh. oh. oh wou zeggen; terwijl je alles, wat de kat

217

Sluiten