Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE HOOFDSTUK. □ □ HALSBREKENDE TOEREN.

1. De kindergroep- W* hebben ™ Hoofdstuk V en VI. het spelen der jes leeren dezelfde tonneren van Keesjes verbeelding, met belangstelling kunstjes, die vroe- gadegeslagen; en in Hoofdstuk VII leerden we. buiten ger een kind alleen alle beeldspraak om, de eigenaardige mekaniek kennen, uithaalde. die ons verstand en onze verbeelding in hun onderlinge

samenwerking beheerscht; ik bedoel vooral de leidende neigingen, zoo willekeurige als onwillekeurige, om naar een schijnbaar toevallig gegeven voorbeeldje of schema, analogische nieuwe scheppingen aan net licht te brengen. Al die schema's zijn nu in het derde levensjaar aldoor vaster ingeoefend, en op den duur zoo gewoon geworden, dat Keesje met zoo n zinnetje (volgens een vast schema uit een verbinding van woorden opgebouwd) nu weer net kan gaan doen. alsof het een enkel woordje was Waardoor ontstaan nu eerst de uitgebreide enkelvoudige en daarna de samengestelde zinnen, die wij in de beide vorige hoofdstukken reeds jiJ^n?*11 °Pkomen- O» den samenhang met de vroegere ontwikkelino duidelijker voor oogen te stellen, zullen we den draad weer opvatten

^d^ÏÏ uVer?eÖjkJn9,1 Waarin we vroe9er Keesjes voorstellingen en denkbeelden door spelende en ravottende kinderen hebben voor-

?CSteÜJ,St hlcrdoor we toch het best begrijpen, wat voor

ingewikkelde groepen die uitgebreide en samengestelde volzinnen al zfln. Want op kinderen overgedragen, worden het inderdaad: hals-

ÏÏSÊÏS^ doen'. * ^ iOD9C VriCndeD iD ~*«*tad

2. De vier hoofd- Dc enkelvoudige zin kan dus bestaan uit onderwerp deelen van een en- gezegde, voorwerp en bepaling. Dat zijn als het ware kelvoudigen zin. de vier figuren, die elk in een andere houding deel uit . , M maken van de groep, die langs het raampje van Keesje bewustzijn gaat. Niet dat nu juist elke groep uit vier leden mott bestaan. Er zijn eiken dag in den langen stoet, die Keesjes raampje lanm trekken, ook zinnen die uit één lid bestaan: zoo b.v. de imperatieven Ür zijn groepjes die uit twee leden bestaan: b.v. uit onderwerp en gezegde Erajn ztanen die uit drie leden bestaan, b.v. uit onderwerp, gezegde en voorwerp; uit onderwerp, gezegde en bepaling, enz. enz.

3. Geen ellipsen. E0*0** kanr men niet zeggen, dat aan die zinnen iets

ontbreekt, of dat ze onvolkomen zijn. De roeo i» niet zoo groot, en de zinnen zijn niet zoo lang als anders, dat is alles Maar » zijn er mets minder goed of volmaakt om. Men moet dus devieSfï deelen van een zin niet met de ledematen of de lichaamsdeelen vareen mensch vergelijken. Dan toch zou inderdaad een twee- of onledige zïï een onvolkomen, verminkt taaipersoontje wezen. Maar bovendS zou

227

Sluiten