Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 27. Chaa Kees chapa. (Kees gaat slapen.)

Chaat a Kees varra. (De Kees gaat vallen.)

de tweede mag weliswaar, juist als een voorwerp, op den eersten z'n rug

klimmen, maar ais werkwoord en bewegelijke jongen, blijft bij staan, en gaat er niet bij zitten, zooals de rustige nominale voorwerpen dat plegen te doen; en wijl hij als gezegde toch ook het onderwerp wil vasthebben, pakt hij met z'n handen de beide opgeheven handenvandenvoorlooper, en stuurt daarmee als met een toom, de heele groep (Fig. 27). Zoo is beider bewegelijke werklust bevredigd, en is hij toch eigenlijk evengoed gezegde als de andere, daar zij beiden het onderwerp vastpakken. De eene houdt het onderwerp van onderen de andere van boven; we zullen dus het best doen, chaa ondergezegde of praedicaat en chapa bovengezegde of praedicatief te noe¬

men.

We hebben hier dus weer een onderschikking. Chapa 8. Het eigenaardig ^ voor Keesje het voornaamste, en werd dan ook al wezen der onder- vaakjndegranjnjatica'shoofdwerkwoordgenoemd. *c^^9' Chaa is niet zoo belangrijk voor Keesjes aandacht,

en heette dan ook reeds hulpwerkwoord. Maar juist gelijk we ook al

230

Sluiten