Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij het voorwerp en de bepalingen (op blz. 81 nr. 29 en blz. 102-103, nr. 27) gezegd hebben, is van een ander standpunt gezien chapa toch ook weer afhankelijk van chaa, omdat dit laatste op eigen beenen staat, en chapa mee kan nemen, waarheen het wil; en zoo zouden we dus juist omgekeerd chaa het hoofdwerkwoord en chapa het af hankelijk hulpwerkwoord kunnen noemen; ma.w. ook hier is. gelijk bij alk onderschikking, de afhankelijkheid wederkeerig. en daarom doen wij het best, ook al zullen we van tijd tot tijd de oude termen nog wel eens gebruiken, in al zulke gevallen niet zoozeer van hulp- en hoofdwerkwoord, van bij- en hoofdzin, van afhankelijke en onafhankelijke zindeelen te spreken, maar van onder- en boven-deel; of misschien nog eenvoudiger van drager en rijder.

9. De infini- 10,4 ni.^1rwe kunstje is voor Keesje blijkbaar een heele tief als rijder. toex' Want na een paar dagen kwam weer dezelfde _ , moeilijkheid terug. Eerst zei hij Ghaara Kees fat (valt).

Onbevredigd! Moeder hielp hem nu een handje en vroeg: Gaat Keesje vallen?En nu wist hij het weer: Chaat aKees Mirre; en bhj dat hij was 1 Toen bleek het ijs gebroken, de nieuw opgekomen leidende neiging had haar weggetje gebaand, en nu komen weldra een heele reeks zinnetjes van dezelfde soort. Eerst na een aanloopje man chapa: man tig a chapa (man ligt te slapen). Chaa Kees pera, foetja wil bijta, moena moet komma. Moedacftaa wewwaka (werken). Vada mach chijva. Mag ja emma (mag ik hebben). Keesja sa oppapa (zal oprapen). Moena sa oppapa. Latex: Koe wou choppa (De koe wou schoppen). Ventja chaat aaka (harken). En nóg later: Laar ik dat nou doen enz.

Bovendien worden de beide kunstjes van dubbel gezegde en dubbel onderwerp nu weer spoedig gekombineerd in bet zinnetje: Mach moena enpa<fomer(metma)pafa(?ig.28).(Vaderenmoedermogenme elkaar praten), dat vond Keesje niet aardig in z'n ingebeelden koningstijd. Zien wij eens aan wat hier gebeurd is. Moena en Vada zijn de beide rustige voorloopsters. Hen heeft de gladde Mach van achter beet gepakt, maar eer Mach ze te pakken nam, had hij al een kleinen dreumes: niet op zn rug. Daar komt nu nog het bovengezegde para aan, en die gaat nu op den rug van mach staan. Die bewegelijke werkwoordsjongens hebben toch heel wat uit te staan 1 Van dezelfde soort bovengezegdes zijn nu ook de reeds bovengenoemde voorbeeldjes: Moena was at chijva. Keesja was at fiecha (aan 't vliegen). Vare was eta. 10. IS een werk- 'uist naar aanleiding van zulke zinnetjes met was, woordsvorm. waarnaast hij een heele reeks sprekend gelijkende met i s kent, ontdekt Keesje nu, dat, wat hij vroeger als een koppelwoordje beschouwde, bij moena in dezelfde verhouding staat tot was als b.v. loop tot li ep; of dat het woordje „is" — in grammatische

231

Sluiten