Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde schikking wordt getroffen, als we vroeger in Chaa Kees chaapt de ruzie zagen beslechten. In de voltooid verleden tijden heeft „Is" nu ondergezegde leeren spelen. Zoet en k(l)aat worden bovengezegde, en alles marcheert. Maar zoet overeenkomstig z'n rustig nominaal karakter gaat vast op Isz'n rug zitten (Fig.30), terwijl het meer bewegelijk adverbium er losjes boven op dartelt. (Fig. 32, vgl. fig. 18 en 19). Bij kinderen, die meer speelmakkertjes hebben als Keesje, toont zich deze functieverandering van I s tot werkwoordsvorm al heel spoedig. Als voorwerp gebruiken

ze oo het einde van het

derde jaar reeds vrij trouw am voor hij. Welnu, het bovengezegde komt in functie, gelijk we zagen, bijna geheel en al met het voorwerp oyereen.(Het eenig verschil is, dat het bovengezegde het onderwerp bij de handen houdt). Welnu, uit den mond van zulke kleine bazen hooren we nu bij het krijgertje spelen het pers. vrnmw. in den voorwerpsvorm of 4°^° nmvl.: Hij is am. Ik ben am.Zijis3m.Je bentsm.

Ook later OEFENING. hm te

tweeslachtigheid der vormen van het w.w. zijn als koppelwoord en werkwoordsvorm nog doorwerken. Vul maar eens in: Als ik j... was. Als

ik n was (op j wijzen.

Fig. 30. Ventje is zoet. (Ventje is zoet) Dit zinnetje kan toch op

een jongen, op een meisje

en op meer kinderen slaan, maar met een verschillend voornaamwoord). Zou

hij het zijn? Ja, ik zie het al; het is h Hij was z.... zelf niet meer. Trouwens

de. verregaande moeilijkheid in de toepassing van den grammatischen schrijftaalregel, dat de naamwoordelijke aanvullingen van zijn, worden, schijnen.

234

Sluiten