Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij ja richa (Keesje kom bij je liggen). Nou bejjs soetgewees (nu ben je zoet geweest). Nou bejjs rieva jonga gewees (nu ben je een lieve jongen geweest). Is Keesjs nat sworts (nu is Keesje nat geworden) enz. OEFENING. Probeer, als je teekenen kunt, deze drie laatste zinnetjes eens in beeld te brengen. 14 R- A i Maar, behalve met infinitieven en verleden deel.. . "woor en woorden, kan hij dit kunstje ook met bijwoorden uitvoeren. Wij hoorden al een voorbeeld met is in Keesje

is kaar. En dat begint hij dan ook nog vogr, het einde van dit jaar in praktijk te brengen. Ook opa had hij vroeger reeds in het vage als voorwerp gebruikt: als er een bus open ging, riep hij: Toet ops (die doet open). Bood dicht had hij zooeven gezegd: hij kon dus ook

zeggen: bood ops Dat was een zinnetje als moena chijva. Nu kombineert hij den ouden vorm weer met den nieuwen, waar een persoonsvorm in voorkomt; en juist

als boven in chaat moens chijvs wordt het oude gezegde tot boven- en het nieuwe tot on-

Fig. 32. Keesj*A\s(kaac. (Keesje is klaar.) Daa chaa bood opa. (Daar gaat het brood open.) Deura moeta toe. (De deuren moeten toe.) Da koet a man an. (Daar komt een man aan.) Koet reech-uit. (Er komen spatjes tut.) Ga ja mee? □ (Ga je mee?) Mag boekja an? (Mag het broekje aan?) □

3A.nsoD qsr m e\Z30

236

Sluiten