Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Zoogenaamde Maar tcn ^de volgen ook de zuivere nominaalzinnen. bepalingen van ge- Moeda niet aadig beteekent volgens Keesjes taalregels 8teldheid2de»oort. uit vroeger tijd: Moeder ia niet aardig, is op het oogenblik niprznrt Hfno^^k r- i

tXr_. .v . ...wv—uuuuuwhjj, iuki uctuiy yezegue.

Wat zegt Keesje nu op een gegeven oogenblik? Jfc/?n moeda niet aadig : (ik vmdmoeder niet aardig). Nooriya soera Aoppa was ookeennonunaalzm,met

iSoortja tot onderwerp en soera koppa tot gezegde.Soefa is natuurlijk een attributieve bepaling bij koppa. Nu wordt dat heele zinnetje ineens tot voorwerp in het zinnetje: ik vind, en Keesje zegt bhj: Ik fin Noortja soera koppa: Ik vind Noortje een prettig meisje. Ik en fin hoorden al een beetje bij elkaar, zoodat ze voor Keesjes raampje als bok en bokkenwagen verschijnen. Die holden daar met niemand erin voorbij. Weldra is het besluit

J _ 1 .

op Aroppas schouder zetten. Wil men voor het onderwerp L gezegde

«Z ^„^OPV^Terp8ZinnCn' Weer «» *°en naam. dan moet juist als in: Hoor de kerk eens galmen", en „Doe het slabje voor", het onderwerp Noortja object, en soera *oppa objectief heeten. (Fig. 36? 22.Konstateerende * HicroP YoI9en nu weer de nominaalzinnen met voorwerpszinnen f^,wcrk- of koppelwoord vanzelf: Ik choof at dooo met inklamping. " I* geloof dat het droog is), üfc choof af nie waar is

~ a i j (* geI, 034 het wato Maar men ziet het onderschikkend voegwoord ontbreekt nog. Voor Keesje zijn aelHk w

De onderschikkende voegwoorden kent hij noJJ niet. Maar de woordorde

De Roman vu een kleuter. S6.

241

Sluiten