Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is reeds die van den ondergeschikten zin. Want de groep van Fig. 37 trok langs het raampje — daar reed nu in eens die mooie arreslee: Ik choof voorbij! — men begrijpt dat ze, om allemaal op die slee van het gezegde (choof) te kunnen, (het paard is natuurlijk onderwerp = ik) zich onderling

Fig. 36. Ik fin Noortja soeta koppa. (Ik vind Noortje een aardig meisje)

een beetje moeten verschikken. Onderwerp (her) en persoonsvorm (is), hebben elkaar stevig vast, en daartusschen wordt nu de rest (nie waar) ingeklampt (Fig. 37 en 38).

. 6°. Maar ook zinnetjes, uit gezegde + voorwerp

23. Sdieidbare werk- bestaande, kunnen zoo als eenheid opgevat tot voorwoorden met hulp- werp gemaakt worden in een nieuwen zin. Toer werkwoorden. wegsetta (stoel wegzetten), wafja uitdoen (hondje

losmaken), cheut otteka zijn zinnetjes net als de vroegere wenschuitingen: Bootja eta, \oesja mek dinka, naatjes knippen, alleen met dit verschil: dat hier op teka (steken) zefra en doen een onderwerp en een gezegde

242

Sluiten