Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den hoofdzin een vrouwelijke persoon was. Geef op dezelfde wijze rekenschap van getal, geslacht en naamval der betrekkelijke voornaamwoorden in deze zinnetjes: De soldaat, wiens ouders zilveren bruiloft vierden, kreeg drie dagen verlof. De dienstbode, wie wij de huur op gezegd hebben, had menig bankbiljet verdonkeremaand. De kinderjuffrouw, wier suikertante gestorven was, ging van haar geld leven. Nog geen twee maanden in het jaar zingen de nachtegalen, wier heerlijk gezang ons zoo in bewondering brengt. 2° Dat ze vooral in handelstaal en damesbrieven zoo dikwijls worden uitgelaten: De partij goederen, wij gisteren van U ontvangen hebben, voldoet niet aan de gestelde voorwaarden. Ik ben op de jour. Mevrouw, van Zalen vorige week gegeven heeft, in een leelijk parket gekomen. In 't Engelsch, Zweedsch en Deens ch is dit zelfs de gewone constructie geworden. Ken je zoo nog meer voorbeelden in het Nederlandsch?

3° Dat in de omgangstaal het betrekkelijk voornaamwoord zoo grillig en onvast wordt verbogen, wat z'n toppunt bereikt bij den relatiefzin in 't kwadraat, waar het betrekkelijk voornaamwoord nu eens in den eersten, dan weer m den tweeden relatiefzin schijnt thuis te hooren: Dr. Verschure, dien ik *ag dat mij begon te waardeeren. Dien is onderwerp van begon re waardeeren maat voorwerp van zag. De man, die jij denkt, dat ik het vragen zal (in plaats van wien).

Hoe zeg je de volgende zinnetjes: En juist de gelden d hij wist, d hij

nooit zou krijgen, beloofde hij mij na te laten. De bedelaar ik hoor,

jij een aalmoes gegeven hebt was een bedrieger. Het dorp hij zei z'n

weldoener woonde, was er twee uur vandaan. De jongen je vroeg

ik mee zou laten gaan, is niet op school. De juffrouw,... ik hoor,... ook bij

jullie gediend heeft, is als oplichtster in hechtenis genomen. De dame hoed

ze zei...,, ze nagemaakt had, was natuurhjk juist de stad uit Welnu, laat dit geval u leeren. Mijn heve Jan, Dat een verstandig kind geen dingen moet

begeeren bij te voren weet hij niet krijgen kan. Vind-je zoo'n zin

mooi? Let ook op de afwisseling der vormen met d- en w-I Wanneer komt altijd de w-vorm voor?

Juist nu, als naast de bijvoegelijke bepalingen, de 27. Oe bijvoege- bijvoegelijke of betrekkelijke bijzin is opgekomen, lijke bijzinnen ont- ^ ontwikkclen ^ naasl de bijwoordelijke beaaTvuUingen palingen, in juist denzelfden tijd. ook de bijwoordelijke

bijzinnen. Nu doet zich evenwel een eigenaardigheid voor, die ook al wel bij den relatieven zin optrad, maar hier toch pas in volle klaarheid aan het licht komt: dat de bijzin namelijk niet ontstaat binnen in den hoofdzin; maar er buiten, als het ware op z'n eentje afzonderlijk tot stand komt en dan. als geheel, ineens, als een nieuw soort bepaling, in den hoofdzin wordt opgenomen. Juist als we boven zagen, dat de oorspronkelijke bijvoegelijke naamwoorden en bijwoorden niet uit omlaaggedrukte praedicaten ontstonden, maar van huis

250

Sluiten