Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- uit iets heel anders waren, namelijk gevoelswoordjes, en als zoodanig in den zin aanstonds als iets nieuws, namelijk een bepaling werden opgenomen; zoo zijn ook de eerste bijvoeglijke en bijwoordelijke bijzinnen geen hoofdzinnen, die de concurrentie met een anderen hoofdzin niet konden uithouden en daarom tot bijzinnen werden omlaaggedrukt, maar van huis uit: heel iets anders als hoofdzinnen; het zijn: bijstellingen, aanvullingen of toegevoegde verklaringen, bij een woord of een zin, die korter of langer te voren, door spreker of medespreker gezegd is.

28. Ze ontstaan Pat hct t0ch **** even makkelijk z'n bedoeling dus pas sinds ineens kort en klaar volledig in woorden uit te zeggen. Keesje z'n best weet iedereen uit eigen ervaring. Gewoonlijk bedoet nauwkeurig 9innen we dan ook maar met de hoofdzaak, en vullen te spreken. dan de bijzaken één voor één aan. Welnu, als het zoo

gaat met volwassenen, die hun taal overigens goed meester zijn, is het toch waarlijk geen wonder, dat ook het kind aanhoudend z'n juist uitgesproken gedachte onvolledig vindt.en zich gedrongen gevoelt er nog iets aan toe te voegen. Tot nog toe echter kwam dat nooit vo?r* omdat Keesje vroeger zich geen moeite gaf, om alles nauwkeurig en volledig te zeggen. Sinds de slagboom zijner eenzaamheid echter gevallen is, doet hij daartoe zijn uiterste best; en al langer hoe vaker, voelt hij zich, na iets gezegd te hebben, slechts half bevredigd, en voegt er dan ter nadere aanvulling nog het een en ander bij. Welnu, dat zijn nu de oorspronkelijke bijvoeglijke en bijwoordelijke bijzinnen.

29. Bijstellinqen praatte Keesje eens met moeder i over een pas in de worden tot on- *euken ontdekte puddingvorm, dat hij daarmee taart derschikkingen. zou 9aan bakken. Ja, zegt moeder, maar Keesje moet

eerst nog slapen. Ja, zegt Keesje tats in da tuin.... en een oogenblik, maar voegt er weldra aan toe: a Keesja chapa ^■a u ^ces,c g^pen heeft). Men ziet, hier is de bijzin een aanvullende tijdsbepaling bij fafs in da tuin. Een anderen keer zegt bij, maar nu reeds in één adem: gister as wa bij Oopa gaweest zijn (gisteren, toen we bij Oopa waren). Uit het feit. dat Keesje dit alles in één adem zegt, volgt: dat beide tijdsbepalingen elkaar in Keesjes bewustzijn ontmoet hebben, en de een nog juist boven op de andere is kunnen springen, eer ze beide van het tooneel verdwenen. Twee zulke bepalingen vormen dus eigenlijk weer een. onderschikking. Want Keesje wil met beide ongelijken den zelfden tijd aangeven, alhoewel hij deze toekenning niet zoo nadrukkelijk bedoelt. (Zie blz. 120 bovenaan). In onze beeldspraak rijdt dus de groep as wa bij Oopa gaweest zijn boven op het bijwoord gistar.

30. Onderschik- Weldra komen nu echter twee betrekkelijk groote zinnen king van volle achter elkander, waarvan de tweede heel duidelijk de

aanvullende tijdsbepaling is van den ander; en dat ook

251

Sluiten