Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beseffen, kombineeren en verstaan, 'tLijkt en is inderdaad een wonden van tierenden, al maar gedijenden wasdom, dat het gelukskind van nog geen drie jaar in de weinige maanden doorleeft, sinds het voor het eerst het schijnschoon der eenzaamheid besefte, EN AL DE JUWEELEN VAN ZIJN KLEINEN KONINGSTROTS PRIJSGAF OM DIE ÉÉNE PAREL TE KOOPEN, DIE KOSTBARE. DIE VERBORGEN LAG: DE INTIEME ONTMOETING. EN SAMENLEVING MET ZIELEN. ZIELEN AAN DE ZIJNE GELIJK.

VAN JESUS EN ST. JANNEKEN. :-: :-: door Pater Poirters. Lestmaal op eenen zomerschen dag, Johannes zijn klein neefken nam Hoort, wat ik bevalligs zag.' En zette hem boven op het lam:

Van Jesus en Sint-Janneken! „Schoon manneken, gij moet rijden.

Die speelden met een lammeken „Ik zal u naar huis gaan leiden;

Al in dat groen geklaverd land, „Want Moederken die zal zijn in pijn,

Met een pap-schotelken in hun hand. „Waar datwij zoo langegeblevenzijn".

De witte vette voetjens die waren bloot. Zij zaten en reden al over-hand

Hun lipjens als koraal zoo rood. En rolden en tuimelden in het zand,

De zoete vette paterkens En dees twee kleine jongeskens

Die zaten bij de waterkens. Die deden zulke sprongeskens!

Het zonneken scheen daar al zoo heit, En al de kinderkens zagen hen aan,

Zij deden malkandren met melk Totdat zij ten lesten zijn thuis gegaan.

[bescheid. [voet

D'eentroeteldedatlammekenzijnhood, De Moeder die maakte op staanden

En d'ander kittelde het onder zijn poot: Van suiker en melk een pappeken zoet.

Sint-Janneken ging zingen, Daar zaten toen die papbaardekens.

Het lammeken ging springen Daar aten die twee slabbaardekens.

En hippelde en trippelde door de wei. En waren zoo vroolijk en zoo bhj •—

En deze krullebollekens die dansten Geen koningsbanket en had er bij. [allebei.

En ak het dansen was gedaan. Na tafel zoo AsnAt^n zij onzen Heer,

Zoo moest dat lammeken eten gaan. En vielen op hun kniekens neer.

En Jesus gaf wat brooiken Maria gaf ze een kruizeken,

Sint-Janneken gaf wat hooiken. [vreugd Daartoe een suiker huizeken,

Ter wereld en was er nooit meerder En zong ze stillekens in den slaap;

Als dees twee cosijntjes waren ver- En naar het stalleken zoo ging dat

[heugd. [schaap. JESUS* SLAPENGAAN i< :-: :-: :-: door Pol de Mont.

Als Jesus zou slapen, 's avonds spa, veel sterren, zilverzacht van gloor,

volgden Hem steeds elf engelen na. En als Hij nu in zijn bedje lag

en hielden heel hoog — en lichtten traden zij nader, vol heilig ontzag.

[Hem voor — en namen elkaar heel stil bij -de hand

256

Sluiten