Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD. □

Blz.

EEN WOORD VOORAF 1

HET NIEUWE ZUSJE :-: :-: :-: door A. J. M. Janssens 2 HOOFDSTUK I. HET SPRAKELOOZE WICHT .... 3 1 Waarom, een kind niet aanstonds praten kan. 2 Wat een kind dadelijk wel kan. 3 Het schreien. 4 Het zuur hebben. 5 Het kreunen en krijschen. 6 De eerste lach. OEFENING. 7 Gedeelde vreugde, dubbele vreugde. 8 Ontdekking van moeder. 9 Uit den schaterlach komen silben op. 10 Tokkel- en sleepklanken. 11 De brabbelperiode. 12 De tong-, lip-en keelklanken. OEFENING. 13 De muzikale melodie. 14 De gilletjesperiode. 15 Het napraten. 16 Ontdekking van vader. 17 Meer belangstelling voor gehoorde klanken. 18 Het nadoen. 19 Weer de muzikale toon. 20 De overgang van brabbelen in napraten. 21 Een- en meersilbige woorden. 22 Belangstelling in mondbeweging. OEFENING. VADER EN MOEDER :-: :-: M door D. v. G 10 EEN MOEDERHART :-: :-: :-: door Wally Moes 11 MARIE HEURTIN :-: :-: :-: door J. V. de Groot 13 HOOFDSTUK II. T VERSTAND WORDT WAKKER . . 15

I De voorbereidende cursus langs oor en oog. 2 De dreumes begint iets te verstaan. OEFENING. 3 D. w. z. achter de woorden nog iets anders te zoeken dan louter geluid. 4 Spelletjes en dressuur. 5 Indrukmakende gebeurtenissen. 6 Kennen en onthouden. 7 Omgeving en omstandigheden. 8 Moeders gebaar en sprekende gelaatsuitdrukking. 9 De woorden als signalen. OEFENING. 10 Aanschouwelijke voorstellingen.

II Het zuivere woordverstaan. 12 Het verstand. 13 Van de algemeen menschelijke taal naar het Nederlandsen. OEFENING. 14 Vallen en opstaan. UIT DE BELIJDENISSEN VAN AUGUSTINUS:-: door Frans Erens 21 HET OPEN VENSTER :-: :-: :-: door Longfellow 22 MIJN LEVENSGESCHIEDENIS :-: :-: door Helen Keiler 22 HOOFDSTUK III. DE EERSTE KINDERWOORDEN. . . 27 1 Wat is praten? OEFENING. 2 Verschil tusschen uitroepen van wel en wee. 3 Middelpunt-zoekende en middelpunt-vliedende mondgebaren. 4 Het tegenvallen is een overgangsgevoel. 5 Het meevallen: een overgangsgevoel. 6 Andere overgangsgevoelens. 7 Het willetje begint te dwingen, 8 Dwingwoordjes of Imperatieven. 9 Echo en klanknabootsing. OEFENING. 10 De eerste naampjes. 11 Vage beteekenis der naampjes. 12 De twee wegen naar eigen praat. 13 Hoe beide wegen op hetzelfde straatje uitkomen. 14 Dat straatje is: de vraag. 15 Het werkwoordelijk karakter der eerste namen: 't zijn zinwoorden. 16 Hun beteekenis onvolledig. OEFENING. 17 Hun beteekenissen loopen in elkaar. OEFENING. 18 Het nut der verbeteringen. 19 Het bekendheidsgevoel. 20 De ont-

260

Sluiten