Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit onderwerp, gezegde en voorwerp. 33 Verschil in woordschikking. . 34 Voorwerp en bepaling van persoonsvormen.

KINDERGEDACHTEN :-: :-: door Adama van Scheltema 86 JANNEMAN :-: :-: :-: :-: door Johanna van Woude S6 LIEVELINGSKIND :-: :-: :-: :-: :-: door Felix Rutten 87 HET JONGETJE VAN FRANK ROZELAAR :-: door L. v. Deyssel 88 NATUURKINDEREN :-: :-: :-: door Hugo verriest 89 HOOFDSTUK VI. VAN GEVOELEN NAAR. BEDOELEN. 90

I De bepaling. 2 Toestandssgevoelens en overgangsgevoelens. 3 Bijvoegelijke en bijwoordelijke bepalingen. 4 Vieze dingen altijd vies. 5 Gevoelsuitroep alleen. 6 Gevoelsuitroep plus substantief. 7 Attribuut -f- substantief of infinitief. OEFENING. 8 Beteekenis der bijvoeglijke naamwoorden. 9 Substantief-fattribuut. 10 Persoonsvorm -f attribuut.

II Verandering van gevoelstoon. 12 Subject en praedicaat. 13 Maar praedicaat met gevoelsbeteekenis. 14 Toekomstige praeposities en bijwoorden. 15 Toekomstige voegwoorden. 16 Bevestiging en ontkenning. 17 Echte voorzetsels + substantief. 18 Toekomstige voegwoorden en bijwoorden -4- substantief. 19 Bevestiging en ontkenning + substantief. 20 Substantief + overgangswoord. OEFENING. 21 Overgangswoord + infinitief of participium. 22 Persoonsvorm-f-overgangswoord. 23 Subject + overgangswoord als praedicaat. OEFENING. 24 Opneming der bepalingen in den enkelvoudigen zin. 25 Bijvoegelijke bepalingen bij onderwerp, gezegde en voorwerp. 26 Een bepaling van een bepaling, OEFENING. 27 Onderschikkende verbindingen. 28 Nevenschikkende verbindingen. 29 Verschil tusschen voorzetsels en voegwoorden. 30 Nevenschikking, onderschikking en samenschikking. 31 Overgangswoordjes als nominale koppelwoorden. 32 Verbale koppelwoorden. OEFENING. 33 De bijwoordelijke bepalingen. 34 De voorzetselbepalingen. 35 Voorzetsels en bijwoorden. 36 Voorzetselbepaling achter het voorwerp. 37 De bepalingen vormen een enkele groote groep. 38 De vier ontwikkelingsperken van het eerste taaijaar.

HEETE POOTJES :-: :-: :-: :-: door Guido GezeUe 114 T IS MAAR VOOR EEN KIND :-: door Justus van Maurik 114 HEI DA LIEVE DREUPEL WATER :-: door Guido Gezelle 116 HOOFDSTUK VII. HET KINDERLIJKE DENKEN . . .117 1 Wat Keesje eigenlijk bedoelt. 2 De spelende kinderen daarbinnen. 3 Keesje heeft daar iets over te zeggen. 4 Wakker zijn en droomen, 5 Denken is iets bedoelen dat buiten ons ligt 6 Een denkbeeld is gewoonlijk een voorstelling + bedoeling. 7 Het denkbeeld geeft aan het woord z'n beteekenis. 8 Enkele en algemeene denkbeelden. 9 Eerste soort gedachten: de samenschikkingen. 10 Tweede soort gedachten: de onderschikkingen. 11 Derde soort gedachten: de nevenschikkingen. 12 Ver-

262

Sluiten