Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schil tusschen gedachten en verbeeldingsvoorstellingen. 13 Door de oedachten nemen wij geestelijk de wereld in bezit 14 De kristalliseering van het gevoel. 15 De ontdekking der eigenschappen en plaatsbepa• iF^j, Toenemende macht der gedachte werkelijkheid. 17 Keesjes u^eeldmg echter nog heel onzakelijk. 18 Stilzwijgende afspraak: alles óp te vatten als kindjes. 19 Persoonsverbeelding. 20 Natuurmythen. 21 Uitvoeüng 22 Ha begint zich aan andere dingen gelijk te willen maken. 23 Vader ak kindje behandeld. 24 Moeder ak kindje behandeld. 25 Analogieneigingen op grammatisch gebied. 26 Analogieën op het terrein der woordbeteekerm. OEFENING. 27 Analogie van tegenstellingen.

28 De vaste woordschÜddngen zijn analogieën op syntactisch gebied.

29 De persoonsverbeeldingen zijn niets dan analogieën op stijlgebied.

30 Personificaties in de volkstaal. OEFENING 1 en 2. 31 Persoonsverbeeldingen bij dichters en schrijvers.

HOOFDSTUK VIII. UIT D'EENZAAMHEID VERLOST 140 1 Keesjes eenzaamheid. 2 Vader en moeder. 3 De kleine koning. 4 Zijn Imperia! 0°aj>ntastbaarheid. 5 Keesjes woorden beteekenen: wat hij er zelf mee bedoelt. 6 Wat Keesje hoort, vat hij op als uiting van eigen 4te^9- OEFENING 7 Begin van den ommekeer. 8 Se gtspreE ♦ vormen. 9 De moeilijkheid der persoonlijke voornaamwoorden! 10 De voornaam wnkt voor je en HL 11 Je en jij wijken voor aken ik. 12 De nadruksvormen toch weer als naam opgevat 13 De oude en nieuwe kringen van vertrouwelijkheid. 14 Op de oude kringen berusten de aanwijzende voornaamwoorden en bijwoorden. OEFENING 1 en 2 15 Het bepaalde lidwoord voor alle oude bekenden. 16 Het onbepaalde lidwoord voor onbekenden. OEFENING. 17 De onderwerps- en voorwerpsvormen van den lst» en 2den persoon. 18 De vormen van den 3den persoon. 19 VrouweÜjk en onzijdig. Gewone vorm en nadruksvorm. 20bamengestelde bijwoordelijke voornaamwoorden. 21 De eerste persoon meervoud. 22 De ve^oeging van het werkwoord zijn. 23 Vormen van SrVlm i^f/0*000 «itgaande op -f. 25 De eerste persoon zonder -f. 26 De tweede persoon zonder -r. 27 De eerste en derde persoon meervoud. OEFENING. 28 De omkeering der voornaamwoorden in het gesprek. 29 Het toespreken. 30 Het verstaan. 31 De ondedina van een gesprek. 32 Het gesprek berust op zelfverhes en zelf hervinding óó Het gesprek voedt op tot wellevendheid en beschaving. 34 Het

263

Sluiten