Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

Artikel 53.

1. Hij, die krachtens de artt. 4 tot en met 9 bevoegd was aan de stemming of herstemming deel te nemen, kan binnen acht dagen na den dag der stemming of herstemming bij het bestuur schriftelijk bezwaren inbrengen.

2. Over de bezwaren, ingebracht tegen eene benoeming van een bestuurslid door stemgerechtigde ingelanden, wordt bij de toelating beslist; met de bezwaren, tegen de plaatsing van een persoon op een aanbevelingslijst ingebracht, wordt gehandeld als in art. 27 is omschreven.

„Van het bestaande stelsel, waarbij tegen de verkiezing als zoodanig kon worden opgekomen en hierover afzonderlijk werd beslist, is afgeweken. Wel kunnen bezwaren tegen de verkiezing zoowel gedurende de stemming (art. 39, laatste hd), als tot acht dagen er na bij het bestuur worden ingediend, doch over deze bezwaren wordt ter vermijding van onnoodige beslissingen pas beslist, nadat de benoemde heeft verklaard, dat hij de benoeming aanneemt, en mitsdien bij de toelating." (Toelichting blz. 16.)

EERSTE LID.

„Hij, die . . . .". Deze uitchnilddng omvat ook de vrouwelijke ingelanden.

„Hij, die krachtens de artt. 4 tot en met 9 bevoegd was aan de stemming of herstemming deel te nemen". Evenals bij art. 38, hd 2, omvat deze uitdrukking hier niet slechts de doorloopend gemachtigden, maar ook hen, die speciaal voor deze verkiezing een volmacht hadden bekomen.

Artikel 54.

1. Het bestuur bewaart de stukken, welke het krachtens art. 50 van het stembureau ontvangen heeft, totdat over de toelating van den gekozene onherroepelijk is beshst.

2. Het bestuur is verplicht deze stukken alsmede de lijst van stemgerechtigde ingelanden aan Gedeputeerde Staten ter inzage te zenden, indien deze dat verlangen.

EERSTE LTD.

„Totdat over de toelating van den gekozene onherroepelijk is beslist". Zie omtrent deze uitdrukking het aangeteekende bij art. 14.

Sluiten