Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

§ 5. De toelating. Artikel 55.

Voor door den Koning benoemde bestuursleden strekt het besluit van benoeming tevens tot toelating.

Artikel 56. (6, 5e hd).

1. Over de toelating van door stemgerechtigde ingelanden benoemde bestuursleden beshst het bestuur, tenzij de benoeming aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten onderworpen is.

2. De beslissing wordt niet genomen, voordat acht dagen na de benoeming zijn verstreken.

3. Het bestuur is verplicht zijne beshssing met redenen te omkleeden, indien bezwaren zijn ingebracht of indien de beshssing strekt tot met-toelating.

4. Bij het onderzoek, de beraadslaging en de beshssing is de benoemde niet tegenwoordig.

5. Het bestuur brengt de beslissing onmiddellijk ter kennis van Gedeputeerde Staten, van den benoemde en van hen, die binnen den in art. 53 daarvoor gesteïden termijn bezwaren tegen de verkiezing hebben ingebracht.

6. Deze laatsten en de benoemde kunnen binnen acht dagen na die mededeeling bij Gedeputeerde Staten in beroep komen.

7. Gedeputeerde Staten kunnen ook ambtshalve over de toelating van den benoemde uitspraak doen, mits zij binnen acht dagen, nadat zij de mededeeling der genomen beshssing hebben ontvangen, het bestuur met hun voornemen in kennis stellen.

Het bestuur (en evenzoo in hooger beroep Gedeputeerde Staten en de Kroon) kunnen slechts beslissen over de toelating van den door het stembureau benoemd verklaarde. Het kan niet een ander toelaten, indien het meent, dat deze benoemd had moeten zijn verklaard. (Aldus is, zij het niet uitdrukkelijk, beslist in het besluit van Gedeputeerde Staten van 20 April 1914, Prov. blad, Beslissingen in geschillen van bestuur, 1914, no. 9.)

Sluiten