Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

Artikel 59.

1. De benoemde wordt tot het afleggen van den in art. 34 omschreven eed of belofte toegelaten, zoodra hij door den Koning is benoemd of zoodra onherroepelijk is beslist, dat hij is toegelaten.

2. Legt de benoemde, zonder dat daarvoor eene aannemelijke reden bestaat, dien eed of belofte niet af binnen dertig dagen, nadat hij tot het afleggen daarvan is toegelaten, dan wordt de verkiezing geacht geen gevolg te hebben gehad.

EERSTE LID.

„Zoodra onherroepelijk is beslist, dat hij is toegelaten". Zie omtrent deze uitdrukking het aangeteekende bij art. 14. Daaruit volgt, dat de eedsaflegging van een door stemgerechtigde ingelanden benoemd bestuurslid nimmer zal kunnen plaats vinden in dezelfde bestuursvergadering, als waarin tot zijn toelating besloten is. De eedsaflegging behoeft echter niet tot een volgende vergadering te wachten. (Zie het aangeteekende bij ait. 34.)

TWEEDE LED.

„Dan wordt de verkiezing geacht geen gevolg te hebben gehad". Het bestuur heeft dan ingevolge art. 26, üd 4, te zorgen, dat binnen dertig dagen, nadat de in art. 59 gestelde termijn verstreken is, een nieuwe stemming tot het doen van een benoeming of het opmaken van een aanbeveüngslijst plaats heeft.

§ 6. Het ontslag. Artikel 60. (13).

1. De leden van het bestuur, die door stemgerechtigde ingelanden zijn benoemd, kunnen te allen tijde hun ontslag nemen; zij geven hiervan schriftelijk kennis aan den voorzitter.

2. Zij, die door den Koning zjjn benoemd, kunnen te allen tijde hun ontslag vragen.

3. In beide gevallen blijven zij hunne betrekking waarnemen, tot zij door anderen zijn vervangen.

DERDE LID.

Büjkens den aanhef geldt deze bepaling aüeen voor de in het eerste en tweede Üd bedoelde gevaüen, n.1. dat een door stem-

Sluiten