Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

gerechtigde ingelanden benoemd bestuurslid ontslag neemt of een door de Kroon benoemd bestuurslid ontslag vraagt. Zij geldt dus niet:

bij periodieke aftreding (art. 25, lid 2);

in de gevallen, waarin een bestuurslid krachtens art. 61 ophoudt hd te zijn.

Artikel 61. (14, le Hd).

1. Een door stemgerechtigde ingelanden benoemd hd van het bestuur, dat zijn Nederlanderschap verhest, komt te verkeeren in een der in art. 28, tweede hd, genoemde gevaUen, ophoudt krachtens art. 29 benoembaar te zijn of eene der bij art. 33 uitgesloten betrekkingen aanneemt, houdt op hd te zijn.

2. Hij geeft hiervan schriftelijk kennis aan het bestuur met vermelding der reden.

3. Indien deze kennisgeving niet wordt gedaan en het bestuur van meening is, dat de belanghebbende heeft opgehouden hd van het bestuur te zijn, deelt het den belanghebbende dit schriftelijk mede.

4. De belanghebbende kan binnen veertien dagen na dagteekening dier mededeehng de zaak aan de beshssing van Gedeputeerde Staten onderwerpen.

5. Tot het houden der nieuwe verkiezing wordt niet overgegaan, dari nadat de in het voorgaande hd genoemde termijn ongebruikt is verstreken, de beshssing van Gedeputeerde Staten onherroepelijk is geworden of in hooger beroep de eindbeslissing is gevallen.

Zie het aangeteekende op art. 60, derde hd.

VIJFDE LID.

„De beslissing van Gedeputeerde Staten onherroepelijk is geworden". Dit is het geval, zoodra dertig dagen verstreken znn sinds de dagteekening van de bekendmaking dier beslissing in den polder, zonder dat beroep bij de Kroon is ingesteld. (Art. 21 der wet van 10 November 1900, St.bl. 176, houdende algemeene regels omtrent het waterstaatsbestuur.)

Artikel 62. (14, le hd). I. Een door den Koning benoemd hd van het bestuur, dat zijn Nederlanderschap verhest, komt te verkeeren in een

Sluiten