Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

HOOFDSTUK VII. De rechten en plichten van het bestuur.

Artikel 92. (45). Het bestuur is belast met de regeling en de besturing van de huishouding van den polder, voor zoover die niet aan de vergadering van stemgerechtigde ingelanden of aan den voorzitter zijn opgedragen.

Artikel 93. (46 en 61). Het maakt de keuren of pohtieyerordeningen, welke in het belang van den polder vereischt worden, en is met hare uitvoering belast.

Artikel 94.

1. Het is bevoegd bij keur te bepalen, dat eene waterkeering moet worden onderhouden door de eigenaren daarvan en dat een watergang of eene sloot moet worden onderhouden door de eigenaren van de daaraan grenzende landen, in beide gevallen voor zoover ieders eigendom strekt en op de wijze bij de keur te omschrijven, behoudens dat daardoor niemand, eu dus ook niet de polder, mag worden ontheven van eene verplichting tot onderhoud, en dat daardoor de polder niet mag worden ontlast van een onderhoud, hetwelk hij onverplicht heeft aanvaard.

2. Voor landen, welke met erfpacht of vruchtgebruik zijn bezwaard, moet daarbij worden bepaald, dat de erfpachter of de vruchtgebruiker en niet de bloote eigenaar voor het onderhoud heeft te zorgen.

3. Onder een watergang of eene sloot wordt in dit artikel verstaan ieder water, dat binnen den polder is gelegen en dient tot waterafvoer, ongeacht onder welke benaming het bekend is.

4. Dit artikel is niet van toepassing op waterkeeringen, watergangen en slooten, welke na 1 Januari 1914 worden gemaakt of gegraven op kosten van den polder of ingevolge eene vergunning of overeenkomst, door den polder verleend aan of gesloten met een ander dan den in het eerste hd van dit artikel bedoelden eigenaar.

Sluiten