Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

HOOFDSTUK IX. De rechten en plichten van den voorzitter en diens vervanging.

Artikel 120. (67, le Hd). De voorzitter is hoofd van het bestuur en is belast met de uitvoering der besluiten van het bestuur.

„Hoofd van het bestuur". Deze uitdrukking is gekozen met het oog op art. 4, 2°., van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dagvaardingen en exploiten, tot den polder gericht, moeten dus worden uitgebracht aan den voorzitter.

Artikel 121. (70, 2e Hd). Hij is verplicht in afwachting van het besluit van de vergadering van stemgerechtigde ingelanden of van het bestuur tot procedeeren, zoowel in als buiten rechte, de noodige conservatoire maatregelen te nemen en aUes te doen, wat noodig is tot voorkoming van verjaring en verlies van recht.

Artikel 122. (67, le Hd). Hij zorgt, voorzooveel van hem afhangt, dat de phchten, aan het bestuur opgelegd, getrouw worden vervuld, en doet aUes wat noodig is om zulks voor te bereiden en te bevorderen.

Artikel 123. (68 en 75). Hij heeft het toezicht op de getrouwe phchtsbetrachting en het gedrag der beambten van den polder en is bevoegd hun behoudens hunne instructiën de bevelen te geven, welke hem in het belang van den polder gewenscht voorkomen.

Artikel 124. (67, 2e Hd). Hij teekent aUe stukken, welke van de vergadering van stemgerechtigde ingelanden en van het bestuur uitgaan.

Artikel 125. (72). 1. Hij is bevoegd en verplicht bij dringend of dreigend gevaar, wanneer de drang der omstandigheden geene voorafgaande bijeenroeping van het bestuur gedoogt, op eigen gezag de vereischte maatregelen te nemen en te doen uitvoeren,

A. P. R. 2e dr. 5

Sluiten