Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 132. (89, le lid en 87, 3e lid).

1. De begrooting en de rekening vermelden alle ontvangsten en uitgaven van den polder.

2. Van elk beheer, waarvoor een afzonderlijke omslag wordt geheven, wordt eene afzonderlijke begrooting en rekening opgemaakt.

Artikel 133. (87, 2e hd en 88).

De begrooting voor het loopende dienstjaar wordt jaarhjks niet later dan 15 April door het bestuur opgemaakt. Zij wordt behandeld en vastgesteld in eene vergadering van stemgerechtigde ingelanden, welke tusschen 1 Maart en 1 Juni wordt gehouden.

Dat de ingelanden-vergadering, waarin de begrooting behandeld wordt, niet eerder dan 1 Maart mag worden gehouden, is hierom bepaald, wijl vóór dien datum de nieuwe hjst van stemgerechtigde ingelanden van kracht moet zijn. (Artt. 17 eh 18.)

Artikel 134.

De begrooting van uitgaven voor het loopende jaar, met uitzondering van de posten, welke buitengewone werken of vergoeding van buitengewone werkzaamheden betreffen, geldt tevens als voorloopige begrooting voor het volgende jaar gedurende den tijd, dat de begrooting voor dat jaar nog niet in werking is, tenzij eene voorloopige begrooting voor dien tijd is vastgesteld. Op die voorloopige begrooting is het in art. 131 bepaalde van toepassing.

Deze bepaling is volslagen nieuw. Terwijl voor 1914 de polders tot aan de vaststelling van de begrooting (welke eerst voor 1 Juni behoefde te geschieden) zonder begrooting waren, geldt thans de begrooting van het vorig jaar (met uitzondering van de buitengewone posten) als voorloopige begrooting.

De ingelanden-vergadering blijft echter vrij een voorloopige begrooting vast te stellen. Zij zal daartoe b.v. overgaan, als er reeds in de eerste maanden van het nieuwe jaar buitengewone werken te doen zijn.

69

Sluiten