Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

6. Dit artikel wordt op de keerzijde van het aanslagbiljet afgedrukt.

„De aangeslagene". Natuurlijk kan zulk een bezwaar ook namens den aangeslagene worden ingediend, b.v. door een gemachtigde, hetzij de volmacht doorloopend is, dan wel slechts betrekking heeft op de vergadering, waarin op het bezwaar zal worden beslist.

Artikel 148.

L Voor iedere waarschuwing ingevolge art. 6 der wet van 9 Mei 1902 (Staatsblad No. 54) is door den omslagplichtige aan de polderkas verschuldigd een bedrag van 15 centen;

voor iedere sommatie ingevolge art. 7 dier wet een bedrag van 50 centen, en

voor ieder dwangbevel ingevolge art. 9 dier wet het bedrag, dat volgens de bestaande tarieven den deurwaarder voor de beteekening van het dwangbevel toekomt, onverminderd de kosten van zegel en registratie.

2. De verschuldigde bedragen worden op de waarschuwingen, sommaties en dwangbevelen vermeld.

„De vraag zoude kunnen rijzen, of de Provinciale Staten bevoegd zijn kosten voor waarschuwingen, sommaties en dwangbevelen vast te stellen, waar toch de gerechtelijke invordering der polderlasten overigens in de wet van 9 Mei 1902, St.bl. no. 54, wordt geregeld. Bij een in 1900 gevoerde correspondentie heeft de Regeering evenwel deze bevoegdheid, mede met het oog op het toen aanhangige ontwerp van deze wet, uitdrukkehjk erkend.

„Door dit artikel vervallen dus de in keuren of huishoudelijke verordeningen van verschillende polders op dit stuk voorkomende bepalingen". (Toelichting blz. 30.)

EERSTE LID.

In 1916 is het voor een waarschuwing in rekening te brengen bedrag van ƒ 0,10 tot ƒ 0,15 verhoogd.

De sommatie geschiedt óf door een beambte van den polder, öf door een deurwaarder (art. 7 der wet van 9 Mei 1902, St.bl. no. 54). In dit laatste geval mag m. i. den belastingschuldige, ook al zijn de deurwaarderskosten hooger, toch slechts ƒ 0,50 in rekening worden gebracht. Zie in anderen zin „Het Waterschap", jaarg. 1915, blz. 54.

Sluiten