Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

Gedeputeerde Staten in beroep komen, doch uitsluitend op grond, dat de bijdrage te hoog is berekend.

3. Bij gegrondverklaring van het beroep kunnen Gedeputeerde Staten het bedrag der bijdrage verminderen.

TWEEDE LID.

Van deze beslissingen van Gedeputeerde Staten staat beroep open naar de regels van de artt. 19, 21 en 26 der wet van 10 November 1900, St.bl. 176, houdende algemeene regels omtrent het waterstaatsbestuur.

Artikel 157.

1. De verdeeling van perceelen, welke met hoefslagphcht besmet zijn, heeft, indien de verphchting tot onderhoud in natura is omgezet in die tot voldoening eener jaarlijksche bijdrage in geld, tevens de verdeeling van den hoefslagphcht ten gevolge.

2. Deze verdeehng geschiedt door het bestuur in evenredigheid van de kadastrale grootte der perceelsgedeelten.

Dit is een uitzondering op art. 150.

Artikel 158. (64&).

1. De jaarhjksche bijdragen in geld zijn afkoopbaar tegen betaling van den penning XX aan de polderkas.

2. Wanneer de jaarhjksche bijdrage in geld van een hoefslagphchtige niet meer bedraagt dan 50 centen, treedt daarvoor eene bijdrage in eens van het twintigvoud van het per jaar verschuldigde in de plaats.

3. Bij afkoop of voldoening van het in eens verschuldigde wordt in het hoefslagboek het perceel, welks hoefslagphcht vervalt, doorgehaald met bijvoeging van den datum, waarop de betaling heeft plaats gehad.

4. Zoodra geen verphchtingen tot onderhoud in natura meer bestaan en geen bijdragen, ter vervanging van zoodanig onderhoud, meer verschuldigd zijn, vervalt het hoefslagboek.

EERSTE LID.

‚ÄěTegen betaling van den penning XX", dat wil zeggen tegen betaling van het twintigvoud van het jaarlijks verschuldigde bedrag.

A. P. R. 2e dr. 6

Sluiten