Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

het legt het opgemaakte hoefslagboek tegehjkertijd gedurende dertig dagen voor een ieder ter inzage.

3. Van deze ter-inzage-legging geschiedt afkondiging;

EERSTE LID.

Zie dit model hierachter, blz. 95.

Artikel 187.

1. Ieder belanghebbende en hij, die krachtens de artt. 4 tot en met 9 bevoegd is het stemrecht uit te oefenen, heeft het recht gedurende zestig dagen, nadat het opgemaakte hoefslagboek ter inzage is gelegd, zijne bezwaren schriftehjk bij het bestuur in te dienen.

2. De ingekomen bezwaarschriften worden aan de vergadering van stemgerechtigde ingelanden medegedeeld.

EERSTE LED.

De aanhef is aldus gewijzigd in 1916.

„Hij, die krachtens de artt. 4 tot en met 9 bevoegd is het stemrecht uit te oefenen". Van de gemachtigden zijn hieronder, naar het mij voorkomt, ook begrepen zij, wier volmacht slechts voor een vergadering strekt, aangezien in die vergadering het hoefslagboek moet worden vastgesteld.

Artikel 188.

1. Is aan het bepaalde in art. 186, tweede en derde hd, voldaan en de in art. 187 gestelde termijn verstreken, dan wordt het hoefslagboek door de vergadering van stemgerechtigde ingelanden na overweging van de ingekomen bezwaren vastgesteld.

2. Zijn tegen het door het bestuur opgemaakte hoefslagboek overeenkomstig art. 187 bezwaren ingebracht, dan behoeft het vastgestelde hoefslagboek de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

TWEEDE LID.

Van de beslissing van Gedeputeerde Staten tot goedkeuring van het hoefslagboek of tot onthouding der goedkeuring daaraan, staat beroep op de Kroon open naar de voorschriften van de artt. 19, 20 en 26 der wet van 10 November 1900, St.bl. 176, houdende algemeene regels omtrent het waterstaatsbestuur.

Sluiten