Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93

EERSTE LID.

„Hoogere waterschappen, geheel binnen de provincie gelegen". Zie het aangeteekende bij art. 130. Rijnland en het grootwaterschap Woerden behouden dus hun bevoegdheid om voorschriften te geven omtrent de inrichting der begrootingen en rekeningen.

Artikel 193.

De op 1 Januari 1914 zitting hebbende bestuursleden treden, zoo noodig in afwijking van art. 25, eerste hd, periodiek af op 1 Juh van het jaar, dat de rooster aanwijst.

„Zoo noodig in afwijking van art. 25, eerste lid". Doordat de periodieke aftreding bij het oude reglement op 1 Juni was gesteld (art. 5 van dat reglement) en thans op 1 Juh, kan het zijn, dat de op* 1 Januari 1914 zitting hebbende bestuursleden één maand langer dan 6 jaar blijven zitten.

Artikel 194.

1. Is bij eenig waterschapsreglement het algemeene reglement van toepassing verklaard, dan geldt met ingang van 1 Januari 1914 dit herziene reglement, ook al waren bij de toepassehjk-verklaring de datums van vaststelling en eerste wijziging van het algemeene reglement vermeld.

2. De aanhaling in een bijzonder reglement of in een ander waterschapsreglement van bepalingen van het algemeen reglement wordt met ingang van 1 Januari 1914 geacht te betreffen de overeenkomstige bepalingen van dit herziene reglement.

Artikel 1946i«.

. De op 1 Januari 1914 in functie zijnde, voor onbepaalden tijd benoemde, vertegenwoordigers van polders, als bedoeld in § 3 van Hoofdstuk XV, bhjven in hunne betrekking tot 1 Januari 1920.

Dit artikel is ingelascht in 1916.

Volgens art. 175, hd 3, wordt een vertegenwoordiger benoemd voor zes jaren. Krachtens het oude reglement kon de benoeming voor onbepaalden tijd geschieden. Een regeling was dus noodig ten aanzien van de eerste aftreding der op 1 Januari 1914 in functie zijnde vertegenwoordigers.

Sluiten