Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

Art. 66. (Vervanging van secretaris en penningmeester.) Deze bepaling zal het noodig maken, dat spoedig instructies voor secretaris en penningmeester worden vastgesteld.

Art. 67. (Eed van secretaris en penningmeester.) Het wil ons voorkomen, dat de op 1 Januari a.s. in functie zijnde secretarissen en penningmeesters geen nieuwen eed zullen behoeven af te leggen.

Art. 70, laatste hd. (Kasopneming vanwege Gedeputeerde Staten.) Het ligt in onze bedoeling om van de ons hier geschonken bevoegdheid gebruik te maken door jaarlijks de kassen van eenige polders door een of meer leden uit ons midden, vergezeld van een ambtenaar der griffie, te doen opnemen.

Art. 74. (Jaarwedden enz.)

Zie ook art. 185.

Het schijnt ons gewenscht, dat de verschillende in art. 74 bedoelde jaarwedden en andere bedragen öf geheel in het bijzonder reglement van den polder óf geheel in een besluit van ons college zullen zijn neergelegd. Wij verzoeken U dus om, wanneer door de vergadering van stemgerechtigde ingelanden het voorstel tot wijziging van één der thans in het bijzonder reglement neergelegde sommen wordt gedaan, te bevorderen, dat die vergadering zich daarbij tevens over alle andere in het bijzonder reglement geregelde jaarwedden en bedragen, als in de artt. 74 en 185 bedoeld, uitspreekt.

Art. 89. (Benoemingen of aanbevelingen, in een vergadering opgemaakt.) Voor de stemmingen in een vergadering is de bestaande regeling omtrent de tweede vrije stemming gehandhaafd, in tegenstelling met wat voor de verkiezingen is voorgeschreven. Zie het hierboven bij de artt. 36—54 opgemerkte.

Art. 94 (Onderhoud van waterkeeringen, watergangen en slooten.)

Dit artikel, hetwelk geheel nieuw is, is opgenomen naar aanleiding van het arrest van den Hoogen Raad van 10 Februari 1911 (Weekblad van het Recht no. 9139), waarbij werd beslist, dat bij keur aan een eigenaar van gronden alleen dan onderhoudslast kan worden opgelegd, wanneer aan het bestuur de bevoegdheid daartoe bij reglement is verstrekt.

De bepaling beoogt om de wettigheid te verzekeren van de in tal van keuren voorkomende voorschriften, welke zoodanigen onderhoudslast regelen. Zonder haar zou het in veel gevallen moeilijk zijn aan te toonen,

Sluiten