Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

143

Art. 145, laatste lid. (Niet invordering van kleine omslagen.)

Het behoeft wel niet gezegd, dat wanneer de vergadering van stemgerechtigde ingelanden van de hier gegeven bevoegdheid gebruik maakt, de betrokken eigenaren en hun eigendommen toch in het gaarderboek moeten blijven vermeld.

Art. 147. (Aanslagbiljet.)

De aandacht wordt gevestigd op het laatste hd, krachtens hetwelk dit artikel op de keerzijde van alle aanslagbiljetten moet worden afgedrukt.

Artt. 149—159. (Hoefslagplicht.)

Men zie ook de overgangsbepalingen artt. 186—189. De samenstelling van nieuwe hoefslagboeken naar het achter het reglement afgedrukte model zal spoedig ter hand moeten worden genomen. De kracht, welke art. 15 der wet van 9 Mei 1902, St.bl no. 54, aan hoefslagboeken toekent, komt na de in werking treding van het nieuwe reglement alleen toe aan boeken, die zijn ingericht overeenkomstig de voorschriften van dat reglement.

Bij inzage van het model zal u blijken, dat zoowel het perceel, dat met hoefslagphcht is besmet, als het te onderhouden slag moet worden vermeld met de kadastrale aanduiding. Het komt voor, dat beide samenvallen; dat b.v. een waterkeering moet worden onderhouden door den eigenaar daarvan. Bij wegen komt het voor, dat het te onderhouden vak één perceel uitmaakt met het aangelegen land, waarop de onderhoudsplicht rust. In beide gevallen zal dan de kadastrale aanduiding van het slag en van het besmet perceel dezelfde zijn en daartegen is geen bezwaar.

Wanneer echter een verhoefslaagd object in zijn geheel één nummer heeft of verdeeld is in perceelen, die niet samenvallen met de verschillende hoefslagen, dan zal eerst aan het kadaster een vernummering moeten worden gevraagd, die verband houdt met de indeeling in hoefslagen.

Wij vestigen uwe bijzondere aandacht op art. 155 en vooral op het eerste hd, tweede zinsnede.

De Staten hebben gemeend, dat bij openbare wegen en voetpaden het onderhoud door hoefslagplichtigen altijd zal achterstaan bij dat door den polder. Zij hebben daarom bepaald dat het onderhoud van de verhoefslaagde wegen en voetpaden, als zoodanig op den legger der wegen en voetpaden voorkomende, op 1 Jan. 1919 bij den polder komt.

Sluiten