Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

's Konings opdracht door hem aan het Archief van Oranje werd gewijd. Uit dat Archief toch drong niet slechts het beeld, neen, de levende gestalte van het Calvinisme der Vaderen op Groen's zinnen en peinzen aan. Welhaast werd het Calvinisme hem opnieuw „de oorsprong en waarborg van de volksvrijheden", die ons de Landshistorie zou toebedeelen. Straks ritselde nieuw leven op kerkelijk erf. In de afgedoolde Pers ontlook, nog eer Groen ten grave daalde, meê onzerzijds een veelzijdige actie, gelijk we die vroeger nimmer kennen mochten. Wat Groen in zijn Nederlander, en straks in zijn Nederlandsche Gedachten, begonnen was, werd welhaast in een groep van meer dan dertig Persorganen en in velerlei tijdschrift voortgezet. Er kwam een Program. Er ontlook een wijdvertakte organisatie, die zich al spoedig in den steun van meer dan 600 Kieskringen verheugen mocht. Tot zelfs in de Eerste Kamer drongen ten slotte leden van Antirevolutionairen huize binnen. Over heel het land breidde zich een wijdvertakt Schoolwezen, gesierd met Christelijk stempel, uit, dat zelfs de wederpartijders van Links tenslotte tot toegeven noopte. En onder 't nieuwe samenstel van de onderwijsr macht in onzen kring was niet slechts reeds voor een kwarteeuw een kleine Universiteit opgedoken, maar pas had deze nieuwe eeuw zich ingezet, of 't Rijk verplichtte zich, om de graden ook van deze Universiteit over heel onze erve te eeren. Zoo schreden we voort tot steeds ruimer ontplooiing, en zulks in al hooger graad. Bilderdijk had met zijn „Holland bloeit weer", een rijker ontluiking, dan hij zelf vermoedde, ingezet.

Om te resumeeren, M. H.; toen het op 't voor anker vastleggen van de beginselen aankwam, hief Groen van Prinsterer zijn banier met het devies: Tegen de Revolutie het Evangelie! omhoog. Nog kort voor Groen's ten grave gaan, kwam er een actie op voor een heel 't land bestrijkende organisatie, met toepassing van onze beginselen op allen akker van het politieke erf. En nu zijn we, God zij lof, zóóver, dat thans zich reeds de vierde of laatste phase van onze politieke worsteling kon aankondigen in 't geroep om Reorganisatie. Nu toch sproten er niet slechts naar allen kant bloeiende vertakkingen van onze organisatie uit, maar die organisatie zelve ontving haar incorporatie in een steeds zich uitbreidend corps van mannen van wetenschap op meer dan één gebied, en daaronder van invloedrijke Staatslieden.

Sluiten