Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar waarheen dan toch?" "ja", lachte de kapitein, „je bent wel nieuwsgierig, maar je zult het toch niet te weten komen". „Is dat dan zoo'n geheim?" vroeg Frits. „Ja jongetje, dat is het". Frits begreep er niets van.

Anders was zijn oom altijd zoo vertrouwelijk met hem en nu al die geheimzinnigheid.... Wat moest dit nu beteekenen? Frits vond het eigenlijk maar echte gekheid en hij trachtte zijn oom uit te hooren, maar het hielp niet. En tenslotte werd Frits er een weinig boos om, doch ook dit mocht niet baten. Kapitein Boersma lachte maar eens, doch zeide tenslotte: "Nu ja, ik zal het goed met je maken. Morgen mag je met me mee naar Rotterdam en dan kun je het schip eens zien, waarover ik nu het bevel zal voeren. Groot is het niet, nog nooit heb ik op zoo'n klein scheepje gevaren, maar het zal wel een bijzonder reisje worden en dat is de hoofdzaak".

Maar Frits was nog niet tevreden. Hij had al eens een reis naar Engeland gemaakt met zijn oom en zijn liefste wensch was nog eens een groote zeereis te doen. En dus zeide hij:

„Een kort reisje, maar van enkele weken, dan mag ik mee, hé oom?"

Kapitein Boersma verschoot ervan. „Wat zeg je?"

„Ja oom, dat heeft u me altijd beloofd. Als ik door mijn eindexamen was, dan zou ik een zeereis mogen maken. En nu kon het niet door den oorlog, zei u, toen ik geslaagd was. Maar nu u gaat, kan ik toch wel mee".

Ja, kapitein Boersma had inderdaad zijn neef een zeereis beloofd, maar nu, met de kleine „Holland"

- 12

Sluiten