Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-s~ 20 —

Neen, de weigering op zijn verzoek was tè stellig geweest!

Terwijl Frits zoo mijmerde waren de heeren op de brug in druk gesprek. De stuurman vertelde, dat hij er nog niet in was geslaagd een goeden en vertrouwden kok te vinden. Een der matrozen kon wel koken, maar de man zou toch al twaalf uur per etmaal aan het roer moeten staan en men kon hem toch nog niet bovendien eenigê uren aan het fornuis zetten.

„Ja," zeide de reeder, „maar we zullen er nog wel een vinden. Ik had gedacht, overmorgen te laten monsteren en dan de boot den volgenden dag te laten vertrekken. Maar al wordt het nu een dag later, dan is het nog zoo heel erg niet. Hoofdzaak is de reis en het doel der reis geheim te houden, opdat de boot niet onderweg wordt aangehouden of in den grond geboord. Met den kapitein heb ik al besproken, dat het beste is zoo spoedig en zoo lang mogelijk langs de Engelsche kust te houden, om het gevaar voor onaangename ontmoetingen zoo klein mogelijk te maken. Dunkt u dat ook niet, stuurman?"

De stuurman was het er volkomen mede eens.

„Natuurlijk," vervolgde de reeder, „laat ik het tenslotte geheel aan den kapitein over, wat hij het beste acht, want eenmaal onderweg is hij de verantwoordelijke man. Ik heb alleen mijn meening gezegd. Niet waar? twee weten meer dan een."

De kapitein zeide weinig en luisterde slechts, want hij stond op het oogenblik aan het stuurrad, dat hij echter spoedig overgaf aan de stuurman.

De „Holland" liep gestadig in het zacht bewogen water, waarover de zon straalde.

Het was een heerlijke dag en onder den blauwen

Sluiten