Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 23 —

riep de zee-officier op de brug van de torpedoboot hun toe, dat het zonder bijzondere vergunning niet veroorloofd was buitengaats te gaan.

Het schieten, met los kruit natuurlijk nog, was dus bestemd geweest als een waarschuwing aan de „Holland".

„Wij gaan alleen maar een proeftocht maken", schreeuwde de kapitein terug, maar ook dat mocht niet zonder speciale vergunning, dus moest de „Holland" wel terugkeeren, tot grooten spijt van Frits, die zoo graag eens de zee was op gegaan, al was het dan maar voor enkele uren. Maar de oorlogstoestand maakte dit nu onmogelijk. Toch vond Frits het wel aardig nu zoo'n bijzonder voorval als met de kanonschoten en de torpedoboot te hebben medegemaakt.

De terugtocht naar Rotterdam werd dus aanvaard. Frits ging nu eens naar de machinekamer. „Mag ik beneden komen, meester?" riep hij naar beneden.

„Kom maar gerust, maar pas op, het is hier overal vies en vet," klonk het antwoord.

In de machinekamer stampte de machtige machine regelmatig. Nu en dan wierpen de twee werklieden, die als stoker dienst deden, de deuren van de vuurhaarden open en dan laaide er ineens een felle gloed.

, „Ja, ja," schreeuwde de eerste machinist hard, om zich bij het lawaai van de machine verstaanbaar te maken, tot Frits, „nu hebben ze al op ons geschoten en nu zijn we nog in ons eigen land."

„Je ziet wel," voegde hij er lachend aan toe, „dat het leven van een zeeman niet altijd zoo mooi en prettig is als het er op plaatjes wel uitziet."

„Hebt u al veel reizen gemaakt, meester?" vroeg

Sluiten