Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 28 —

„En waarheen is de reis, oom?"

„Naar Rusland, naar Archangel, maar daarover moet je absoluut zwijgen, want aan deze reis zit heel wat vast. Het is geen gewone reis."

En kapitein Boersma vertelde alles, wat met de onderneming verband hield, ook de geschiedenis van het telegram en om welke reden Frits mede mocht.

Frits was eenvoudig verrukt. Zijn stoutste droomen werden overtroffen en hij kon nauwelijks nog gelooven, dat alles waar was.^Maar zijn oom bracht hem tot zichzelven door hem aan te manen mede te gaan naar den trein en zoo verheten zij de werf, nadat de kapitein eerst het door hem ontvangen telegram had opgeborgen in het kastje boven de kajuitstrap.

Dien avond in den Haag, thuis, begon Frits in een klein koffertje het meest noodzakelijke te pakken. „Niet te veel," vermaande zijn oom hem telkens. „Het is geen vacantiereisje, maar een heele onderneming."

En terwijl Frits pakte, zeide hij telkens in zichzelf op de rij van windstreken, welke zijn oom hem op een papiertje gegeven had.

En onderwijl pakte ook zijn oom bijeen, wat deze nog voor de reis meende noodig te hebben.

HOOFDSTUK IV.

De geheimzinnige inbraak. — Het verduisterde telegram. —Verandering van reisroute. — De nieuwe stoker. — Een halve maand gage. — De nukkige Noordzee. — De „Holland" nu al in gevaar. — Hoe eerder vertrokken hoe beter.

Om vóór zevenen al den volgenden morgen werd

Sluiten